Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de ontwikkeling der grieksche kunst. Zoolang slechts de aan den docent gestelde eischen in de praktijk niet te zwaar worden, valt tegen de samenkoppeling dezer vakken niets in te brengen.

Ik heb getracht in korte woorden uit te drukken, hoe naar mijne meening de wetenschap, die ik geroepen ben aan deze hoogeschool te vertegenwoordigen, naar haren aard en wezen dient te worden opgevat. Laat mij thans de tweeledige vraag pogen te beantwoorden, hoe men zicli tot een kenner der oudheid vormt en welke de voornaamste taak is, die tegenwoordig aan de jongeren der classieke oudheidkunde gesteld is.

"N\ ie Griekenland of Italië bezocht en rondgedwaald heeft op de plaatsen, waar opgravingen gedaan zijn, weet welk een onbevredigenden en troosteloozen indruk men meestal daarvan medeneemt. Een doolhof van lage muurtjes en uit den grond te voorschijn gehaalde half vernielde fundamenten ; de bodem bestrooid met beschadigde bouwsteenen van allerlei soort: daartusschen hier en daar eene zuil of een bouwvallig stuk muur, die in het gunstigste geval voor ons modern oog eene soort romantische schoonheid hebben . . . ziedaar een tooneel, waarvan de leek zich doorgaans met teleurstelling afwendt. En ouk den arehaeoloog bekruipt vaak een gevoel van moedeloosheid, wanneer hij voor het eerst met het naakt geraamte van een opgravingsveld in aanraking komt en zich afvraagt, hoe het ooit mogelijk zal zijn uit de armzalige resten, die hij voor zich ziet, de pracht der grieksche heiligdommen en tempels te doen herrijzen. Welnu! evenzoo ongeveer staat het ook met de geheele antieke beschaving. Ue oudheid is ééne ruïne. Van de grieksche kunst is alleen datgene gespaard gebleven, wat toevallig aan de algemeene vernieling is ontsnapt, van de

Sluiten