Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De wederontdekking der griekselie oudheid heeft een aanvang genomen in het tijdperk der renaissance. De geestdriftige bewondering, die toen alom voor de werken der ouden heerschte, maakte dat het Westen in betrekkelijk korten tijd weder genoeg grieksch leerde om de bewaard gebleven meesterstukken te kunnen lezen. De na die dagen van lieverlede intredende verslapping en geestelijke achteruitgang echter belemmerde en vertraagde de verdere vorderingen der philologie. Wel werd ook in de 17de en I8de eeuw het glansrijk begonnen werk voortgezet, maar de arbeid van het meerendeel deilitteratoren, zelfs der mannen van den eersten rang, bestond van toen af aan meer in het steeds weder en weder overpeinzen van het reeds bekende, dan in het betreden van nieuwe banen en in het opsporen van nieuwe bronnen van kennis. De verandering ten goede, welke de lilde eeuw bracht, was minder een gevolg van de uiterlijke omstandigheden, die ons weder meer met het Zuiden en het Oosten in aanraking brachten — zooals de tochten van Napoleon naar Italië en Egypte en de bevrijdingsoorlog van Griekenland — dan wel van de opkomst der duitsche wetenschap. Deze, aanvankelijk geheel wijsgeerig en bespiegelend van aard, volbracht een algelieelen omkeer in de studie der antieke wereld door zich op een veel ruimer en wetenschappelijker standpunt te plaatsen. De hernieuwde belangstelling leidde toen van zelf tot grootsche wetenschappelijke ondernemingen en nieuwe ontdekkingen. Boeckh stichtte het Corpus Inscriptionum Graecarum, Mo.mmsen toog naar Italië om eene verzameling aller romeinsche opschriften tot stand te brengen en alzoo den grondslag te leggen tot eene degelijke en veelomvattende kennis van de organisatie van het romeinsche rijk. Er werd een wetenschappelijk Archaeologisch Instituut

Sluiten