is toegevoegd aan je favorieten.

De verhouding van de pharmacie tot het hooger onderwijs

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tement omvatte de beide provinciën Noord-Holland en Utrecht — en het examen ter verkrijging eener wettelijke bevoegdheid verplichtend gesteld werd, wat noodig was omdat niet weinige apothekers zich nog in die dagen stoutweg hadden gevestigd zonder iets anders te kunnen overleggen dan het bewijs hunner leerjaren in een of andere apotheek. Hoe moeilijk deze verplichting soms viel, kan o.a. blijken uit een verzoekschrift:) van zekeren Gijsberti de la Fontaine Verwey, die zich gevestigd had in de Nieuwe Leliestraat te Amsterdam en die na het betoog van zijn moeilijken toestand, aldus voortgaat: „Pour quelle raison, il sollicite trés humblement qu'il lui sort accordé la faveur, de faire son examen d'Apothicaire a la prochaine session du Jury médicinale pour subvenir ëi 1'entretien de sa femme et de deux jeunes enfants."

Ook in 1818, toen de afkondiging plaats vond van de geneeskundige wetten, geldende inde i7Vereenigde Provinciën van het Koninkrijk der Nederlanden, kwam er in de uitgevaardigde instructie, genaamd „Plan en Regelmaat van Examen voor een Apotheker," geen noemenswaarde verandering wat de bovengenoemde eischen betreft, die aan hun kennis gesteld werden.

In die jaren — dus nu ongeveer een eeuw geleden — kwam er ook in de opleiding van den apotheker merkbare verbetering. Het was alweer onder Franschen invloed, op het allerlaatst van de i8e eeuw, toen de Agent van Nationale Opvoeding inlichtingen verlangde van de Commissie voor Geneeskundig Toevoorzicht omtrent de geneeskundige Staatsregeling in de Bataafsche

!) W. Stoeder, Geschiedenis der Pharmacie in Nederland, blz. 345.