Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INLEIDING.

Een opstel over het burgerlijke procesrecht, besluit Lothar von Seuffert, met de navolgende samenvatting: „De voorafgaande beschouwing van het moderne burgerlijke procesrecht „doet zien, dat de voorschriften, nopens hanteering der rechtsbescherming, tamelijk ingewikkeld zijn. Zoo ingewikkeld, dat „het den niet-jurist moeilijk valt, den weg daarin te vinden.

„Deze zwarigheid mag, in menig radicaal aangelegd hoofd, de „gedachte doen ontstaan, of het niet mogelijk ware, de voorschriften van het burgerlijk procesrecht, tot een minimum te „beperken, en de inrichting der behandeling over te laten aan „rechterlijk goedvinden, ongeveer, gelijk dit het geval is in de „behandeling, door scheidsrechters.

„De geschiedenis geeft, daaromtrent, een leerrijk bescheid. „Gedurende de fransche Revolutie namelijk, viel de volgende „episode voor.

„Door een wet van 3 Brumaire II (24 October 1793), uitgevaardigd door de Nationale Vergadering, werd de groote meerderheid der bepalingen van de Procesregeling, die dagteekende „uit den tijd van Lodewijk XIV (Ordonnance civile van 1667), ,afgeschaft, en de vertegenwoordiging der partijen, door rechtsgeleerde raadslieden, opgeheven.

„Het gevolg der nieuwigheid was een rechtstoestand, waarvan „de gebreken, binnen korten tijd, als onverdraaglijk zich deden

Sluiten