Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

III.

Het romeinsehe proces.

Het tweede kenmerk van het romeinsehe proces is dat het de rechtsvordering, eens aanhangig gemaakt, doet verstijven. Dat komt zoo in het analytische rijm te pas. „Met het vroeger behandelde is de analytische kunst van „het romeinsehe proces nog lang niet uitgeput" zegt Ihering. De eisch namelijk, eens gedaan, is er en blijft er, — een waar kunstwerk ter beschouwing waarvan de aandacht niet afgeleid worden mag. Gij meent wellicht, dat eene rechtsbetrekking tusschen menschen, weerklank en uitkomst hunner immers niet automatische verhouding, van natura beweeglijk is, zoodat men aan een geschil geweld aandoet, door het tot onveranderlijkheid te doemen. Het romeinsehe proces denkt daar anders over. Aan de vordering, ingesteld, valt niets te verwrikken. Zij blijft onbeweeglijk en onveranderlijk. Toen Galilei zijn kerkelijk avontuur had gehad, mompelde hij : eppur si muove — toch beweegt zij zich. Dit moge gelden voor de aarde, maar een proces beweegt zich niet een haar breed van den eisch. Toen Heraklitus zijne wijsbegeerte samenvatte, schreef hij: Panta rei — het heelal vloeit. Dit laat een proces aan het heelal over, zelf blijft het stijf.

Ook van deze hebbelykheid van den romeinschen rechtstrijd vernemen wij, door Ihering, den lofzang. Hij zegt: „Ook hier kunnen wij ons twee mogelijkheden

Sluiten