Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

proces, zet een bedenkelijk gezicht en legt u uit: ja maar, er was een vinculum juris (— naar men weet is het latijn, een taal, qui ne rougit jamais —) en de dagvaarding moet kloppen op dit vinculum juris. Zou het te veel gevergd zijn, indien men eens achter dit vinculum juris keek, op gevaar af, dat het kloppen ophield ? Eerste schim.

En nu, het proces. Gedagvaard is tot betaling, straks, tot de afgifte van een nieuw accept. De beminnelijke gedaagde prevelt iets van verandering. In drie woorden en één uitbrander ware de zaak uit.

Rechter. Verandering ? Zijt ge het schuldig of niet?

Gedaagde. Schuldig ben ik het wèl, maar de eisch is ... .

Rechter. Indien ge het schuldig zijt, betaal en ruk uit.

In stede daarvan, krijgt de gedaagde gelijk. Tweede schim. Immers de rechter kijkt naar de dagvaarding en naar den eisch tot afgifte, en bevindt, zoo waar!, dat dit wederom niet klopt. Het ergste is, dat deze schimmen, anders dan hun verwanten : de klopgeesten, wèl kwaad doen. Zij verspreiden bederf in het rechtsbewustzijn van ons volk.

IV.

Het ethische moment.

I)e diepste grond van het euvel, eigen aan ons, op romeinsche leest, geschoeid procesrecht is, dat het willens

Sluiten