Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

trok. Die handelwijze openbaarde zich in drieledig gevolg. Vooreerst, was de scheidsman de zaakgelastigde van partijen, en dus volslagen lijdelijk; hij nam een functie waar, die hem, door de partijen, was opgedragen, en wel door de partijen beide, want tegen den zin van den gedaagde kon eene rechtsvordering niet worden ingesteld. Weigerde de gedaagde, dan werd hem hardhandig (obtorto collo) beduid, dat hij ongelijk had.

Het tweede gevolg was, dat de in het gelijk gestelde partij, op staatshulp, ter executie van het vonnis, niet te rekenen had. Door de uitspraak van den rechter werd hij gemachtigd tot eigen richting.

Het derde gevolg was, dat de fictie in ons recht: gewijsde geldt voor waarheid (res judicata pro veritate habetur) niet bestond. De scheidsman gaf eene meening, niet een gebod of verbod.

Aldus sloot het romeinsche proces, bij het romeinsche recht waardiglijk zich aan. Gelijk Recht in het algemeen den Romein, individualist in merg en been, is een machtsbegrip, is het doorgaande kenmerk van zijn proces: subjectieve machtsoefening. Ons proces daarentegen, uitvloeisel van eene objectief bestaande, in wetboeken aangewezen, rechtsorde is dienovereenkomstig: objectieve rechtsverwerkelijking. Eene tegenstelling derhalve gelijk men haar niet snijdender zich voorstellen kan.

De rechter, in onzen Rechtstaat, is niet scheidsman maar een orgaan van het Staatsgezag, dat als eersten plicht en

Sluiten