Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij hoeft m. e. eene positieve en eene negatieve strekking.

Eene negatieve, in zoover wordt uitgesloten, wat in de duitsche procesorde wordt genoemd: „die Untersuchungsmaxirae." Die maxime gold in de Allg. Gerichtsordnung für die Preuss. Staaten van 6 Juli 1793, en is eenparig door gezaghebbende processualisten veroordeeld. Door die Untersuchungsmaxime, werd de rechter in staat gesteld meer toe te wijzen dan geëiseht werd (ultra petita te gaan). Die uitsluiting zou ik gehandhaafd willen zien. Eene dergelijke opvatting van 's rechters taak schijnt ondraaglijk. Wij moeten er niet aan blootgesteld zijn, dat een rechter, die over een wisselsom te oordeelen heeft en die afwijzen moet, die toewijst omdat hij toevalligerwijze is op het spoor gekomen van eene onverevende schuld uit anderen hoofde, zeggen wij, een bruidschat.

De positieve strekking echter van de lijdelijkheid, waardoor de rechter aan den leiband van partijen loopt, zou ik in het algemeen uitgesloten willen zien, niet alleen uitgesloten voor hetgeen de openbare orde rechtstreeks betreft. Zeer zeker, voor 's rechters bemoeiingen, vormen de aangebrachte feiten een grens, en wel eene onoverkomelijke barrière, maar binnen die grens heerscht de rechter, omdat hij het is, die recht spreekt, te weten recht schept.

De lijdelijkheid ontleenende aan het romeinsche proces, heeft men de klove vergeten, die het onze daarvan scheidt. Uit het oogpunt der gedingvoerende partijen, stipte ik reeds aan, hoe zij, in Rome, subjectief, bij ons daaren-

Sluiten