Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verminderen, mist, ligt vlak voor de hand. De hoofdgrond echter geeft Meyek aan, als volgt: „Lorsque la procédure „est instruite, qu'il ne reste plus qu'a prononcer le „jugement, que ce jugement est déja arrêté entre les „juges, ou que chacun a déja son opinion formée, c'est „un véritable piöge tendu a la honne foi de celui en faveur „duquel la sentence va être rendue, que de lui présenter ' „Tissue comme douteuse, et de lui arracher 1'aveu d'un „arrangement, qui le privé en pure perte de ce qui allait „lui être adjugé." (1)

Dit is afdoende. De vrucht der bemiddeling zou te duur gekocht zijn, moest men haar inruilen tegen den pijnlijken toestand, waarin een rechter wordt gebracht, genoodzaakt om te veinzen, of zorgvuldig te verbergen, wat hij weet. Dat ons art. 19 Rv. hiertoe de gelegenheid biedend, zoo uiterst zelden wordt toegepast, zal wel het gevolg zijn van de scheeve verhouding, waarin de naleving van bedoeld voorschrift den rechter brengen zou. Trouwens de bemiddeling, waarvan, hier, sprake is, ligt geheel en al buiten het terrein, dat art. 19 bestrijkt.

Gelijk het tijdstip niet onverschillig is, mag de persoon des bemiddelaars het evenmin lieeten. Sprekende over 's rechters lijdelijkheid, zeide ik reeds, terug te zullen komen op de reden, die kan doen aarzelen haar op te geven: om den wille der onbevangenheid, moet de rechter

(1) J. D. Meyer. Institutions judiciaires (Amsterdam 18'23) VI blz. 569. Levy, Procesvorm. 5

Sluiten