Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

begeerlijk. Wat tot afweer strekt, moet dienen. Het is er niet om zich zelfswil, maar om den wille van datgene, waartegen het beveiligt. Aan Recht eene hoogere beteekenis toe te schrijven, zou niet wenschelijk zijn. Het aanlokkelijkst is niet die toestand der maatschappij, waarin Recht het meest wordt gehandhaafd. Maar deze toestand, waarin men tot die handhaving het minst zijn toevlucht behoeft te nemen. Wat wij te leeren hebben is niet, hoe Recht ons aller richtsnoer zijn kan. Wat wij te verrichten hebben is, onze handelingen diervoege in te richten, dat de rechtstoets onnoodig wordt. Men denke zich Recht als schild of zwaard, om het even. Dan eerst zal de vraag beantwoord kunnen worden, of het vooruitzicht, dit schild steeds opgeheven, dit zwaard steeds getrokken te moeten houden, het ideaal kan zijn eener ethische maatschappij.

In nauw verband met Iheking's, door mij, gewraakte grondstelling, staat zijne vereenzelviging van twee nauwlettend te onderscheiden zaken, te weten: het verzet tegen onrecht en de strijd om het recht. Het eerste is onder alle omstandigheden plichtmatig, saamgeweven met 's menschen hoogsten levenseisch. Het laatste staat op mijlen afstands daarvan, eene opvatting, door mij verdedigd, gelijk zij nog steeds mijne meening uitdrukt. (1)

Allerminst kan de strijd om het recht verplichtend worden gesteld. Het is volstrekt niet toevallig, dat de leer, door

(1) t. 1. a. p. blz. 139.

Sluiten