Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor kinderwagentjes gespannen, en voor ieder der mensehen het duidelijk leesbare opschrift: Kribbebijter. Het moet een ware zaligheid zijn, in zulk eene omgeving te huizen.

Als uitvloeisel van verzwakking van rechtsbewustzyn, noemt Iheking een anderen trek onzer rechtspraak : (1) „Tusschen den schuldenaar, die op schaamtelooze wijze „ontkent, dat iets hem ter leen is gegeven, en de erfgenaam, „die te goeder trouw meent te mogen ontkennen, tusschen „den lasthebber, die mij heeft bedrogen, en dengene, „die enkel zich vergist heeft, kortom tusschen de opzettelijke, luchthartige rechtskrenking, en onkunde of dwaling, „kent ons hedendaagsch recht het verschil niet meer."

Deze klachte schijnt ook mij volkomen gegrond, maar, bij Iheking, staat zij onder verkeerd hoofd. Hier, hebben wij waarlijk en werkelijk met verzet tegen onrecht te doen, en ik acht het eene leemte, in de procesregeling, dat zij, als straf voor ijdele chicane en roekeloos ontkennen, een ander middel niet bezit dan veroordeeling in de kosten (poena temere litigantium).

Ons Oud-hollandsch recht deed beter, gelijk men in des Ven boeks 34e kapittel lezen kan, bij Hubek : (2)

„Van reukeloose pleiters"

„Bij de sententie worden ook gestraft de reukeloose „pleiters, hoedanigen zijn, die geen waerschynelijke reedenen

(1) t. a. p. blz. 89.

(2) Heedensdaegse Rechts-geleertheyt (Amsterdam 1768) blz. 831.

Sluiten