Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

pen, dat ik, wel verre van hem een verwijt te maken van zijne gestrengheid te onzen opzichte, zelf al het hachelijke van zijn toestand gevoelde.

Deze verklaring deed den kolonel goed. Hij trachtte mij te troosten over de onmogelijkheid, waarin ik verkeerde, om mijne moeder gerust te stellen, doch verzekerde mij, dat het mij ongetwijfeld te Mittau vergund zou zijn te schrijven, aan wien ik verkoos. Ik berustte in deze hoop. Mij vervolgens tot Weybranch wendende, die tijdens het voorgevallene geen woord had gesproken en verslagen stond over deze even onverwachte als droevige tooneelen, nam ik zijne hand en verzocht hem nadrukkelijk bij zijne wederkomst te Memel geen enkel woord te zeggen over hetgeen hij gezien had. Hij gaf mij zijn eerewoord, dat hij het diepste stilzwijgen zou bewaren, en na mij omhelsd te hebben, nam hij onder tranen van aandoening van mij afscheid.

Sluiten