Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK V.

Hartverscheurend Tooneel in eene Herberg.

jraij bereikten onder het diepste stilzwijgen onze herberg; [I ij p ik duchtte het oogenblik, waarop ik bij mijne geliefde Christel zou terugkeeren, waarop ik haar den atloop moest mededeelen. Zij had twee bange uren op mijn wederkomst gewacht; vrees, hoop, ongeduld hadden haar beurtelings gekweld. Helaas, hoe bitter zouden haar mijne tijdingen grieven.

Ik bemerkte haar reeds aan het venster, toen ik de straat insloeg, welke naar de herberg leidde; zoodra zij mij zag, gaf zij teekenen van het levendigste ongeduld. Ik haastte mij binnen te treden, doch toen ik bij hare kamer kwam, ontzonk mij de moed, ik kon niet meer voort. Christel opende de deur en riep uit: „Welnu, beste man." Ik zweeg een oogenblik. Dit beangstigde haar. „Verontrust u niet, sprak ik, ik heb niets vernomen, dat u...."

— Verklaar u, antwoordde zij met bevende stem, wat heeft de gouverneur u medegedeeld?

— Dat ik mij onverwijld naar St.-Petersburg moet begeven.

— Groote God!

Zij viel in onmacht. Ik bracht haar op heure legerstede. Mijnheer Weitbrech bood mij de behulpzame hand. Treurig was de toestand mijner echtgenoote. Nauwelijks werd ik de kloppingen van heur hart gewaar. Gedurende eenige oogenblikken waande ik mijne eega verloren. Eindelijk kwam zij tot zich zelve, zij wilde mij toespreken, doch de tranen stokten hare stem. Ik höorde slechts deze woorden: „Is het mij toegestaan u te volgen ?" Hoe sneed mij die vraag door de ziel.

Sluiten