Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mij gaf. Toen stemde ik toe. Hij nam een gedeelte van mijn geld, ging het wisselen en bracht mij het bankpapier met een

klein verlies terug.

Na deze eerste regeling, beval ik mijn bediende in een mijner reiskoffers de benoodigde kleederen en linnengoed voor een paar weken te laden. Hij stond op het punt mijn bevel uit te voeren, toen de raadsheer van het hof hom gelastte het koffer zoo vol mogelijk te pakken. De bediende, steeds gewoon stipt mijne bevelen te volgen, luisterde niet naar den raadsheer en legde er slechts de benoodigdheden voor een veertien dagen in. Toen kwam de beurt van spreken aan den koerier. Deze drong er op aan, dat ik een bed mede zou nemen. Ik vond dit voorstel zoo belachelijk, dat ik de schouders ophaalde. De koerier deed evenzoo, en zag mij met medelijdend oog aan.

Het is onbegrijpelijk, dat ik in die oogenblikken, wairop degenen, die mij hadden aangehouden en mij naar St. Petersburg moesten geleiden, sterk bij mij aandrongen de noodige maatregelen te nemen tot eene groote, verre reis, van niets een voorgevoel had en dat ik door al hunne opmerkingen niet tot de ervaring kwam, dat mij een zware beproeving boven het hoofd hing. Wat nu de inwisseling van het geld betrof, dit was heel natuurlijk: ik kon in de eerste dagen na mijne aankomst te St. Petersburg niet dadelijk verlof krijgen met mijne vrienden in briefwisseling te treden en zou dus behoefte aan geld hebben, doch de geschiedenis van het reiskoffer en het bed, dat ik mij moest aanschaffen, die blik van medelijden door den koerier op mij geworpen, hadden mij de oogen moeten openen en waren wel in staat mij te ontstellen. Wat mij van dat voorgevoel .en die ontsteltenis terughield, waren mijne \rouw en mijne kinderen, die het voorwerp waren van al mijne gedachten. Ik ging van de eene tot de anderen ; ik drukte hen allen aan mijn hart, smeekte, troostte, liefkoosde en ging geheel op in degenen, welke mij het dierbaarste waren op aarde.

Sluiten