Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK VI.

Een droevige Scheiding. — Mijne Geleiders.

PiËlJierscheideno rijtuigen reden het binnenhof der afspanning in. Hen had ze hierheen gebracht, opdat ik er een kon uitkiezen en koopen. Het was voor mij eene groote

gunst, dat ik dezen koop doen mocht. De gevangenen werden gewoonlijk, zonder aanzien van rang of stand, van gezondheid of ouderdom, in open wagens geworpen, blootgesteld aan al de guurheid van het weder. In het eerst schreef ik dit voorrecht toe aan de welwillendheid van den raadsheer, doch bij ernstig nadenken kwam ik tot besluit, dat deze gunst duidelijk in het gegeven bevel omschreven moest zijn, want waarlijk deze was de man niet om door goedhartigheid van zijne instructies af te wijken. Overtuigd, dat St. Petersburg de eindpaal mijner reis was, kocht ik een licht rijtuig op veeren, dat er goed uitzag, doch niet heel gemakkelijk was. Ik betaalde er vijf honderd roebels *) voor. Mijne vrouw zag met genoegen, dat ik niet als een misdadiger zou weggevoerd worden. Zij had maar ééne vrees, namelijk mij niet te kunnen schrijven; doch de secretaris Weitbrech en de consul gaven haar de verzekering, dat zij zich daarover niet ongerust behoefde te maken. Het oogenblik van vertrek was op zeven uur bepaald. Het sloeg op de torenklok Och, mijne hand beeft nog, terwijl ik dit treurig tooneel

beschrijf; mijn hart sloeg hoorbaar, mijne oogen vulden zich met tranen. Nog kan ik het mij niet herinneren, zonder eene

*) Munt ter waarde van f 1.25.

3

Sluiten