Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK VIII.

Een Plan van Ontvluchting.

Igprioodra wij in het posthuis aankwamen, sloeg ik nauwWKfóty keurig den waard en zijn huisgezin gade: het schenen gjsÉsH mij goede lieden. Terwijl men de paarden verwisselde

en de raadsheer zich wat verwijderd had, haastte ik mij hen in de Duitsche taal de noodige inlichtingen te vragen. Allereerst vroeg ik: „Aan wien behoort dit grondgebied.

— Aan den baron Von Lowenstern.

— Waar is zijne woning '?

— Daar ginds.

— Goed, is hij thuis?

— Neen, hij is bij zijn schoonvader te Stockmannshof.

— Hoeveel wersten van hier?

— Veertien.

— En is er zijn huisgezin ook naar toe ?

— Zeker.

— Ligt Stockmannshof aan den grooten weg ?

— Gij komt er bijna langs.

— Hoe ver is het van hier naar Dorpat?

— Ongeveer zestien wersten.

Ik kan niet meer vragen, de paarden waren voorgespannen, wij moesten vertrekken.

Toen wij nauwelijks zes wersten van Kokenliausen verwijderd waren, had er een voorval plaats, waarvan ik voor mijn plan gebruik kon maken. Een onzer paarden werd koppig en walde

Sluiten