is toegevoegd aan uw favorieten.

De banneling

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XII.

Een laag Verraad.

eensklaps zag ik een man binnentreden, aan wien ik thans nog niet zonder ontsteltenis kan denken". Hij noemde zich Prostenius en gaf voor van Riga afkomstig te zijn. Mijnheer en Mevrouw Von Bever stelden mij hem voor als vriend des huizes. Deze omstandigheid was voldoende om mij vriendelijk jegens hem te toonen. Ik richtte alzoo het woord tot hem. Hij beweerde mij vroeger gekend te hebben, maar ik kon mij niet herinneren eertijds met hem kennis te hebben gemaakt. Toch behaagden mij in den beginne zijne beleefdheid en vriendelijk voorkomen. Wat werd ik echter spoedig teleurgesteld, dewijl ik hem weldra leerde kennen als een man vol baatzucht, die op wreede wijze met mijne ongelukken spotte. Oordeelt!

Toen ik in zijne tegenwoordigheid den slotheer mijn plan van ontvluchting had ontwikkeld, haastte hij zich het slecht en onuitvoerbaar te heeten. „Hoe wilt gij, sprak hij, dat Mijnheer Von Beyer u in deze gelegenheid helpe; de raadsheer van het hof, die belast was u ter ballingschap te geleiden, is hier gekomen."

— De raadsheer?

— Hij heeft er gedineerd.

— De raadsheer!

— Hij heeft allen inwoners en ook ons gelast u in zijne handen over te leveren.

— Wat hoor ik?

— Hij is naar Riga gegaan, waar hij volgens mijne berekening reeds moet aangekomen zijn.

5