Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verwisselen der paarden, verveelden mij. Ongeduldig wenschte ik, dat men de reis steeds zou voortzetten.

Gedurende de eerste twee dagen sprak ik bijna geen woord; ik antwoordde slechts fluisterend of hoofdknikkend. Op den morgen van den eersten dag had er een voorval plaats, dat ik niet stilzwijgend kan voorbijgaan. Ik wil het met de grootste eenvoudigheid verhalen.

Wij trokken een klein stadje door, welks naam ik vergeten ben, maar dat onder het gebied van den staroste van Korf stond. *) Deze woonde daar in een oud kasteel. Wij behoefden daar niet stil te houden voor het verwisselen der paarden.

Toch behaagde het den raadsheer daar halt te maken. De staroste kwam uit zijn kasteel, trok haastig het plein over en vroeg den raadsheer met aandrang bij hem te dineeren; hij gelastte zijnen bedienden den koerier goed te behandelen, maar tot mij richtte hij geen enkel vriendelijk woord, noch bood mij eene verkwikking aan. Integendeel, hij liet het plein afsluiten en het rijtuig door een menigte lieden omringen, die mij met gapenden mond aanstaarden en in mijn aangezicht uitlachten. Aldus stelde de staroste, terwijl mijne geleiders goed onthaald werden, mij een groot uur aan de bespotting van een laag gepeupel van boeren bloot. Toen het maal geëindigd was, vergezelde hij zijne gasten tot aan het rijtuig. Ik had een verslindenden dorst en vroeg te drinken. Daarop gewerd mij een glas slecht bier, hetwelk mij zonder hoffelijkheid door den staroste werd aangeboden. Wij vertrokken, doch de magistraat gewaardigde zich niet mij even te groeten. Men kon niet ongevoeliger noch onbeleefder zijn. *)

Ik was eenige oogenblikken verontwaardigd over deze behandeling en mijn drift werd een weinig opgewekt. Doch weldra gevoelde ik weer dezelfde lusteloosheid. In een hoek van mijn rijtuig zittende, zocht ik slechts alleen met mijzelven te zijn; met de armen over de borst gekruist, de oogen ter aarde gericht, wilde ik zelfs geen blik werpen op het landschap, dat wij voorbijtrokken; ik dacht er slechts aan mij tegen den wind,

*) Staroste ia een soort van burgemeester.

*) Zou men kunnen gelooven, dat deze staroste zich later er op beroemd heeft, (ik vernam het te Riga) dat hij mij met beleefdheden overladen, aan zijne tafel uitgenoodigd en alle denkbare voorkomendheid voor my had gehadV

Sluiten