Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XIX.

Nieuwe ontmoetingen en teleurstellingen.

g?'gpam kwamen Iaat te lvazan aan. A13 aitija vveraen ae li 1 ra ^ier^erSen zorgvuldig vermeden en het was mij niet gegeven iets merkwaardigs van die stad te zien. De

raadsheer had ook daar een ouden vriend, bij wien hij ons liet afstappen. Het was op drie wersten afstand van lvazan in de voorstad Tartare, dat wij gingen logeeren bij den luitenant Justifei Timofeitsch, een man van vijftig jaar, dien ik zeer menschlievend vond. Hij was gehuwd, maar had geen kinderen. Zeer vereerd door de vriendschap met den raadsheer, beval hij zich telkens in diens bescherming aan. Deze luitenant scheen mij niet rijk. Met volkomen dankbaarheid aanvaardde ik de bewijzen van deelneming, die hij mij betuigde. Men kan zich geen denkbeeld vormen van de voorkomendheid, waarmede hij en zijne eclitgenoote ons alles aanboden, wat wij maar konden begeeren. Had ik maar eene maag gehad als Alexander Schulkins, die al de gerechten kon gebruiken, welke opgediend werden. Het zou mij zooveel te meer wel hebben gedaan, omdat wij in de laatste standplaatsen vóór deze stad in dorpen moesten vertoeven, bewoond door de al te onzindelijke en onbeschaafde Tscheremissen, Tchouwaschen en Wotiaks. Deze onhebbelijke menschen weigeren de gastvrijheid, hebben u nooit iets aan te bieden en noodigen u niet eens uit eenige rust te nemen. Doch, het walgt u ook bij hen uw intrek te nemen, dewijl hunne woningen zoo onzindelijk mogelijk zijn. Mijne maag

Sluiten