Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wij vertrokken van Jekaterinenburg om ons naar Tinnen te begeven. Op ruim veertig wersten vóór deze plaats, overschreden wij te midden van een dicht bosch de grenzen van de provincie Tobolsk, welke grenzen door eenige staken zijn aangewezen.

De raadsheer had de wreedheid mij die eerste aanduidingen van het oord mijner ballingschap te doen opmerken. Ik antwoordde hem niets ; een gevoel van afgrijzen verscheurde mij het hart. Helaas! was mijne levendige en opgewekte verbeelding dan niet reeds voldoende om mij te folteren? Moest men nog door kleingeestige en wreede opmerkingen de bitterheid mijner gedachte vermeerderen ?

Doch er was geschreven, dat ik den kelk der bitterste smarte tot den bodem moest ledigen en dat geen enkele soort van lichamelijk en geestelijk lijden voor mij moest bespaard worden.

Sluiten