Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK I. Aankomst te Tobolsk.

Egpihans had ik waarlijk den bodem mijner ballingschap fjggfl betreden; het was geen droom of een ijdel spel der verbeelding, maar de smartelijkste en voor mij de

onverklaarbaarste aller werkelijkheden. De eerste ontmoeting, die ik op dezen gevloekten bodem had, scheen een ongeluk te voorspellen, zonder maat en zonder grenzen; ook liet zij in mijn geest een even pijnlijke als onuitwischbare herinnering achter. Deze gebeurtenis moet ik thans mijnen lezers verhalen.

Wij werden in een dorp teruggehouden, om er van paarden te verwisselen en terwijl men ze voorspande, dronken wij in eene herberg een glas karnemelk, welke ons vriendelijk werd aangeboden. Ik stond op den drempel der deur en doopte mijn brood in den drank. Ik zag een grijsaard van ongeveer 70 jaar met sneeuwwitten baard en zilveren haren. Met ongelooflijke moeite wierp hij zich voor mijne knieën en vroeg mij met gejaagdheid, of ik hem eenige brieven van Reval bracht. Bij deze woorden was ik zoo verwonderd, dat ik den ongelukkige strak in het gelaat zag. Hij wedervoer: „Hebt gij van Reval eenige brieven voor mij medegebracht." Ik kon hem niet antwoorden. Hij dacht, dat ik hem niet verstaan had en wilde zijne vraag nog eens herhalen, toen eene boerin zich tusschen ons beiden stelde en zachtkens tot mij zeide: „Het is een krankzinnige: zoo menigmaal een vreemdeling voorbijtrekt, staat hij van zijn doodsbed op, en komt waggelend op zijn

k

Sluiten