Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tocht steeds den uitbundigsten lof had toegezwaaid. Dewijl ik inwendig overtuigd was van de zonderlinge opvattingen van den raadsheer, had ik een slecht denkbeeld van degenen, welke hij zijne vrienden noemde. De lof, dien hij hun toezwaaide, deed mij vreezen, dat zij lieden waren van zijn gehalte. Ik trachtte dus bij mijnen gastheer te vernemen, met welke personen ik in kennis zou worden gebracht. Hoe aangenaam was ik evenwel verrast, toen ik den Heer Kinioekof voor mij zag, door den raadsheer een oogenblik later binnengeleid. Deze even begaafde als beminnelijke jonkman sprak mij in 't Fransch aan. Hij verzekerde mij al aanstonds, dat hij mij achtte en eerde als een man van letteren; hij beklaagde mijn ongelukkig lot en vooral betuigde hij mij het levendigste medelijden, dat ik gedurende den tocht naar Tobolsk onder bewaking gestaan had van den hardvochtigen raadsheer, die ook hem vergezeld had. „Maar hij beroemt er zich op uw vriend te zijn!" zeide ik hem.

„God beware mij voor zulk eene verbintenis," antwoordde hij oogenblikkelijk, „maar gij begrijpt gemakkelijk, dat ik hem moest ontzien, en heden moet ik hem dank wijten, dat hij mij met UEdele in kennis brengt."

Kinioekof was de zoon van een rijk grondeigenaar der stad Simbirsk. Op een oogenblik, waarop hij zulks het minst verwacht had, werd hij aangehouden en naar Tobolsk gevoerd met twee zijner broeders en drie andere officieren. Hunne misdaad bestond daarin, dat zij zich onder een vroolijk maal eenige schertsende woorden hadden laten ontsnappen, die een verrader woordelijk aan den keizer had overgebracht. Hij alleen had het geluk gehad in deze stad te mogen vertoeven. Twee anderen waren naar Irkutzk gezonden, en de jongste zijner broeders werd verbannen naar eene plaats, vier duizend wersten van Tobolsk gelegen, waar men hem in een fort gevangen hield. Een vierde kwijnde weg te Beresom, d. w. z. „in de hel" van Siberië.

De ontmoeting van dezen ongelukkigen jonkman droeg er veel toe bij, mij eenige dagen van rust en verpoozing te schenken. Zijne edele gevoelens veroorloofden mij eene innige vriendschap met hem aan te knoopen. Voor de eerste maal bedankte ik den raadsheer; het was om de waarheid te zeggen ook de

Sluiten