Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zetten, evenals tegen den officier zijner boot; hij kon mij uitschudden, zooals hij zoo dikwijls placht te doen; maar ik had behoefte aan zijn dienst, hij werd mij meer en meer onontbeerlijk en ik kon geen andere keuze doen, omdat hij alleen in zich de hoedanigheden vereenigde, die ik in een bediende wenschte: het Fransch even vloeiend te spreken als het Russisch, als huisknecht mij behulpzaam te zijn en al de plaatsen van het land te kennen. Ik nam hem dus in mijn dienst, en zegde hem behalve kost en inwoning drie en een halven roebel per maand toe. De gouverneur stond mij nog toe hem met mij te nemen bij mijn vertrek naar Kurgan ; eene gunst, welke, indien ze in St. Petersburg bekend was, hem zijn ambt had kunnen doen verliezen. De naam van Rossi werd niet vermeld op het paspoort, hetwelk men mij verstrekte ; de snaak had geen behoefte aan een paspoort, dewijl hij alle dorpen kende. Hij was overal bekend en reisde dus vrij.

Doch laat ons terugkeeren naar de deftige lui van Tobolsk, die mij beurtelings een bezoek brachten. Alles was vriendelijk in hun omgang. Zij kwamen tot mij; ik ging tot hen. Mijn nieuwe vriend Kinioekoft' bezocht mij het meest van allen ; nauwelijks was hij uit mijne woning vertrokken, of ik ging hem weder in de zijne opzoeken. Zijn verblijf was even zindelijk als geriefelijk; zijne bibliotheek, die voor het grootste gedeelte uit Fransche werken bestond, bezorgde mij zeer aangename oogenblikken. Dikwijls liet hij zijn bediende mij de uitgezochtste boeken uit zijn verzameling aanreiken. Ook ging ik menigmaal buiten de stad wandelen, om, onder het genot van een deugdelijk werk, van de vrije natuur te genieten.

Niets was mij in mijne ballingschap meer welgevallig dan deze soort van onafhankelijkheid. Het uitgelezen gezelschap, dat mij vaak omringde; de bewijzen van vriendschap, achting en onderscheiding, die ik ontving, de lezing van voortreffelijke werken, alles stortte een verzachtenden balsem in de nog versche wonden van mijn wreed gepijnigd hart. Ik was door dien raadsheer al te zeer gekweld. Ik hield niet op den gouverneur te bedanken voor de eer, die hij mij aandeed en de menschlievendheid, die hij mij betoonde. Helaas, zooveel zoetheden waren niet van langen duur!

Sluiten