Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mijnheer Gravi, na langen tijd nagedacht te hebben, wees aan een soort van adjudant, een gebocheld personage, het logement aan, waar ik mijn intrek nemen kon! Hij verzocht mij dienzelfden avond bij hem te komen soupeeren. Ik bedankte hem voor zijn vriendelijk aanbod, dewijl ik behoefte had aan rust en eenzaamheid. Bovendien wenschte ik mij in mijn nieuw verblijf zoo spoedig mogelijk in te richten.

Ik volgde mijn gids. Hij leidde naar een klein huisje, hetwelk zoo'n lage deur had, dat ik goede voorzorgen moest nemen, om het hoofd niet te stooten. Het onoogelijk uitzicht dezer woning deed mij niet veel goeds van het inwendige voorspellen. Ik trad er evenwel binnen, helaas; ik zag er kamers, of liever duistere hokken, waarin ik ternauwernood loopen kon, en waar niets aanwezig was dan eene tafel en iwee houten banken. Een bed vond ik er niet; de vensters waren met papier beplakt. Bij dit gezicht slaakte ik een kreet; de gastvrouw deed hetzelfde en schikte met verkropte spijt de flesschen en het linnengoed, die hier en daar verspreid lagen in het voor mij bestemde vertrek. Zij verzamelde ook eenige oude kleederen en het slechte vaatwerk, dat alle hoeken vulde. Vervolgens gaf ze mij te verstaan, dat ik meester was om met dit vertrek te handelen, zooals mij zou goeddunken. Het was waarlijk een graf, waarin ik was neergedaald, en ik bevond er mij alleen met mijne droevige gedachten en droevige vooruitzichten; alleen overgegeven aan eene verveling en walging, die elk oogenblik konden toenemen.

Hoe ondragelijk is den mensch het ongeluk en het lijden, indien hij vanaf zijn prille jeugd zich niet gewend heeft de lasten en moeilijkheden des levens te verduren en vooral indien hij niet de gewoonte heeft aangenomen in alles, in voor- en tegenspoed, de hand Gods te erkennen. Wanneer rampen en wederwaardigheden elkaar zonder onderbreken opvolgen, dan maakt een nieuwe smart, hetzij eene lichamelijke of geestelijke, weinig indruk, doch wanneer men eenige dagen in geluk heeft mogen doorbrengen, wanneer de achting, die men van anderen heeft genoten, de vriendschap, de zoetheden van een gemakkelijk leven, hunne bekoorlijkheden aan lichaam en geest hebben doen gevoelen, o dan valt het zoo bitter aan

Sluiten