Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van het geld, betuigde ik, dat ik geene andere begeerte had dan binnen twee uur te vertrekken. Mijnheer Von Kuscheleff drong er op aan, dat ik eenige dagen bij hem zou blijven, doch ik antwoordde hem met warmte, dat iedere minuut vertraging, een diefstal was aan mijne familie gepleegd. Toen wilde hij niet meer aandringen. Ik nam ook het voorstel niet aan, hetwelk hij mij deed, om mijn rijtuig te verkoopen, omdat ik liever reisde in een ongemakkelijken wagen dan telkens verplicht te zijn eenig oponthoud te maken voor herstellingen aan raderen, as, enz. Ik wist maar al te wel hoeveel vertraging dergelijke kleine ongevallen veroorzaken.

Ondanks de goede bedoelingen van den gouverneur en zijne juiste bevelen, kon ik Tobolsk denzelfden dag niet verlaten. De betaling der driehonderd roebels, waaraan ik volgaarne zou verzaakt hebben, indien ik niet gevreesd had den keizer te mishagen, vorderde zooveel formaliteiten, dat ik te dezer gelegenheid bitter teleurgesteld werd. De kamer van financiën moest er van in kennis gesteld worden, en deze had hare vergadering eerst den volgenden dag. Ik was dus verplicht in Tobolsk te blijven, en dineerde dien middag bij den gouverneur. Na den maaltijd bracht ik een bezoek aan mijne vrienden Kiniakoff, Becker en aan al degenen, met wien ik vroeger vriendschapsbetrekkingen had aangeknoopt. Ik werd overal met blijdschap ontvangen. Vandaar keerde ik naar mijn gastheer terug, waar ik den koerier vond, die mij helaas evenmin tijdingen van mijne familie kon mededeelen. Toch smaakte ik hier een kleine vertroosting. Uit al de bijzonderheden, welke ik van den bode ontving, kon ik opmaken, dat men te St. Petersburg volkomen overtuigd was van de onrechtvaardigheid te mijnen opzichte gepleegd, en dat mijne onschuld erkend was; hij toonde mij de particuliere bevelen, welke men hem gegeven had: n.1. de grootste zorg voor mij te dragen gedurende mijne reis en mij alles toe te staan, wat ik kon begeeren. Men had evenwel eene slechte keuze gedaan in den persoon, die deze zending vervullen moest. Carpov was een jonge, slecht opgevoede, onbeholpen, luie man; hij bekommerde zich om niets en droeg geenerlei zorg voor mij. Het was hem gansch onverschillig, of wij snel of langzaam voortreisden; hij had

Sluiten