Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over den koopman, dien hij in vrijheid kwam stellen en die hem vergezelde.

Deze koopman was een reeder geweest. Behalve eene aanzienlijk fortuin bezat hij een groot huis te St. Petersburg en een ander te Moscou. Eens had hij de onvoorzichtigheid, in de voorkamer van Prins Potemkin in bittere ver wij tingen uit te varen, dat men zoo lang talmde met de voorgeschoten sommen te vergoeden. In zijne drift kwam hij den prins te na. Oogenblikkelijk werd zijn banvonnis uitgesproken. Onverwijld moest hij vertrekken; men ontnam hem alles, tot zelfs zijn pels. Zoo werd hij onder het strengste toezicht, bijna zonder oponthoud onder weg, naar Selim getransporteerd, waar hij zich verplicht zag door slavenwerk in zijn dagelijksch onderhoud te voorzien. Hij beschouwde zich als een vergeten man, dood voor de samenleving. Hoe groot waren zijne verwondering en zijne vreugde, toen de koerier hem aankondigde, dat hij de vrijheid herkregen had. Hij kon zich haast niet verbeelden, dat men waarheid sprak. De keizer had zich dus gewaardigd zich met hem te bemoeien ; welke vriend mocht bij den vorst de herinnering aan zijn persoon gewekt hebben ? Ook hij had zijne vrouw en kinderen verlaten zonder hun vaarwel te zeggen, en sedert acht jaren had hij niets meer van hen gehoord, noch van den staat zijner fortuin. Men kan zich voorstellen, hoe hij van verlangen brandde om zijn vaderland terug te zien en ofschoon hij zeer zwak en lijdend was, zoodat hij op iedere standplaats verplicht was zijne wonden te laten verbinden, beklaagde hij zich dat de postillons te langzaam voortgingen.

Den 15 Juli kwamen wij gezamenlijk te Jekaterinenburg, waar wij eenige verfrisschingen namen. Ik kocht daar verscheidene kostbare steenen uit Siberië, welke in de fabriek der stad werden geslepen en die men daar voordeeling kon koopen. Ik bestemde ze tot twee halsketenen voor mijne dochters, haar aanbevelende die als erfenis aan hare kinderen na te laten, opdat zij nooit de ongelukkige gebeurtenis uit het leven van hun vader zouden vergeten.

Te Koungour, eene slecht geplaveide stad, welke wij eenige dagen later moesten doortrekken, kwam mijn leven in groot gevaar.

Sluiten