Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

spit = zij slapen. Vervolgens knoopten zij half binnensmond een onderhoud aan, dat mij zeer verdacht voorkwam, en ik meende uit de teekens, die zij elkaar gaven, te kunnen opmaken, dat het oogenblik gekomen was om den slag te slaan. Nu werd ik als plotseling wakker, ik behandelde mijn postillon als een dief, een roover, en verklaarde hem bij het gerecht te zullen aanklagen, doch hij trachtte zich te verontschuldigen. Daarop gaf ik hem te verstaan, dat ik zijn onderhoud gehoord en begrepen had. Ik bedreigde hem met een pistool, (dat ik niet bezat), wekte mijn koerier en maakte dezen bekend met het ontwerp van den postillon; ik waarschuwde ook Sukin en den koopman. In een oogenblik stonden wij allen ter been. Wij overlaadden den koetsier met bedreigingen en verwijten, zoodat hij er door verschrikt werd, te paard steeg en brommend den weg vervolgde.

Nauwelijks hadden wij eene mijl afgelegd, d. w. z. de helft van den weg naar het eerste station, of ik bemerkte in de verte twee groote mannen, die schenen post te hebben gevat om ons af te wachten. Zoodra de postillon hen zag, riep en schreeuwde hij tegen de paarden; in een woord hij deed al het mogelijke om zijn medeplichtigen te verwittigen, dat wij wakker waren en dat zij niets te doen hadden, want toen wij hen voorbijreden, staarden zij ons met nieuwsgierigheid aan en durfden ons zelfs niet aanspreken. Intusschen kwamen wij gelukkig aan het station.

Het is meer dan waarschijnlijk, dat de postillons iets kwaads in den zin hadden. Zij wilden mij dooden of allerminst uitschudden. De koopman, die in den eersten wagen zat, had doen zien, dat zijne goederen weinig waarde hadden, doch mijn rijtuig, hetwelk de schurken niet hadden kunnen doorsnuffelen, gaf hun te denken, dat er kostbare voorwerpen in verborgen waren. Bovendien had ik den vorigen avond een koffertje geopend, hetwelk eene koffiekan en andere kleine zilveren voorwerpen bevatte. Dit alles scheen genoeg om hen tot eene misdaad te leiden. Ook hadden zij goed bemerkt, dat de trage Carpov geen ernstige vijand zijn zoude: dus, zoodra de koopman en Sukin ons ver genoeg vooruit zoude geweest zijn, zouden de twree bandieten, die wij ontmoetten, zich op ons

Sluiten