Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

officiëele kaartwerken zoo weldadig gewerkt heeft: „er is voor wetenschappelike doeleinden bij kaarten op grote schaal maar één soort van voorstelling van het bodemrelief: die door hoogtelijnen; en het komt er niet op aan, dat zulk een lijnenkaart zonder meer geen zoogenaamde plastiese voorstelling kan vormen." Bij het laatste is een voorbehoud te maken. Plasties werken zulke kaarten wel degelik voor sommige terreinen, met name voor hoogvlakten en terraslanden, die door steilwandige dalen zijn stukgesneden. Wanneer men de detailbladen 1 : 20000 der kaart van de Zuid-Preanger aaneenlegt, dan komen de terrein vormen van dit belangwekkend trappenland sterk sprekend voor den dag. Voorwaarde is daarbij, dat de isohypsen getrokken zijn in zwart of altans in zeer donkere kleur. Daarom is het voor terreinstudie te betreuren, dat men bij de meeste detailbladen der nieuwe opneming van Midden-Java een zeer licht bruin voor de hoogtelijnen heeft gekozen. Wat nauwkeurigheid aangaat, staan deze nieuwe bladen ver boven de oudere, vooral in dichtbegroeide bergterreinen; in Europa is de afstand tussen oudere en nieuwere stafkaarten in dat opzicht niet minder groot.

Van veel betekenis zijn deze kaarten o. a. voor de studie der vulkanen. Met uitzondering alleen van Japan bestaan van geen enkel der grote vulkaanterreinen zo goede kaarten als voor de meeste vulkanen van Java en vele van Sumatra. En de Topographisclie Inrichting te Batavia bewijst ons tans de onschatbare dienst, de topgedeelten met de kraters geleidelijk te laten opmeten en in kaart brengen, ten deele op nog groter schaal dan die der detailbladen, 1 : 10000, met een vertikale afstand van 5 M. tussen de hoogtelijnen. In haar jongste jaarverslag komt o. a. een

Sluiten