Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hill's oplossing van het vereenvoudigde probleem is eene periodieke, d. i. zij is zoodanig, dat na verloop van een vooruit te berekenen tijd de drie lichamen weder denzelfden onderlingeu stand innemen, en dezelfde relatieve snelheden hebben , zoodat vanaf dat oogenblik de beweging zich geheel evenzoo herhaalt, en dus tot in alle lengte van tijd volkomen streng bekend is.

Dit is niet alles. Op bijna elke bladzijde vindt men eene geniale gedachte, eene nieuwe zienswijze, die de theoretische astronomen nieuwe banen gewezen hebben. Zoo vindt men hier het eerst vermeld de „grenscurven", lijnen die de maan, bij gelijkblijvende energie van het systeem, niet kan overschrijden; zoo wordt hier het eerst gebruik gemaakt, hoewel niet onder dien naam, van de „karakteristieke exponenten", die later in Poincaré's werk zulk een voorname rol zullen spelen, vooral bij de discussie der stabiliteit; zoo vindt men hier het eerste voorbeeld van eene familie van banen, een begrip waarop ik nog hoop terug te komen.

Eene merkwaardige historische bijzonderheid kan ik niet met stilzwijgen voorbij gaan. Nauwelijks was Hill's verhandeling in Europa aangekomen , of Adams, dezelfde die dertig jaren vroeger door zijne overgroote bescheidenheid de eer van de ontdekking van Neptunus aan Leverrier had gelaten , deelde in de vergadering der Royal Astronomical Society mede , dat hij jaren geleden dezelfde resultaten had bereikt als Hill, en volgens dezelfde methode. Gelukkig werkte deze ontdekking, hoewel van een wiskundig standpunt veel hooger staande, niet zoo op de verbeelding van het publiek als die van Neptunus, en bleef een onverkwikkelijke prioriteitsstrijd

Sluiten