Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een ontwerp tot herziening van het Tweede Boek van het Burgerlijk "Wetboek in. Met de samenstelling van dat ontwerp inet de daarbij behoorende Memorie van Toelichting was dus een geruime tijd gemoeid geweest: niet minder dan elf jaren heeft de Commissie er aan gewerkt. Zij zelve wijst daarop in haar rapport aan de Koningin. Ter verklaring voert zij aan, in de eerste plaats den grooten omvang en de belangrijkheid der haar opgedragen taak, daarnevens de omstandigheid dat, ten gevolge van de vele en uiteenloopende bezigheden van ieder harer leden, hare vergaderingen in den regel niet vaker dan éénmaal in de veertien dagen hadden kunnen plaats hebben: maar, zoo gaat de Commissie voort, »zij vond bovendien »in de tot hare teleurstelling waargenomen omstandigheid, »dat de Regeering gedurende vele jaren blijk gaf in het werk ->der vorige Staatscommissie geene aanleiding te vinden tot >het indienen van wetsvoorstellen, eene reden om zelve hare »werkzaamheden niet met overhaasting voort te zetten en »daaraan liever de in haar oog noodige zorg te besteden."

In hoeverre nu die teleurstelling, waarvan de Commissie in haar rapport spreekt, er toe aanleiding gaf. waag ik niet te beslissen, maar zeker is het, dat hare leden den wensch te kennen gaven, van het verdere gedeelte der hun gegeven opdracht, de samenstelling van ontwerpen van een Derde en Vierde Boek van het Burgerlijk Wetboek, te worden ontheven. Het gevolg was, dat de Commissie bij Kon. Besluit van 25 (let. 1890 werd ontbonden.

De Regeeri ng had in plaats der aftredende Commissie eene nieuwe wenschen te benoemen, ten einde het aangevangen werk voort te zetten en te voleindigen. Maar bij hare pogingen om hiertoe te geraken werd het haar duidelijk, dat zij daarin niet zou kunnen slagen, tenzij aan die nieuwe Commissie eene meer beperkte opdracht werd gegeven, en wel bepaaldelijk die tot herziening van de eerste zes titels van het Vierde Boek

Sluiten