is toegevoegd aan uw favorieten.

Getuigenbewijs in burgerlijke zaken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beslissende» eed als bewijsmiddel behouden, maaralleen omdat zij den tijd nog niet rijp achtte 0111 den eed geheel te vervangen door eene plechtige verzekering; en op dien grond had zij, naaizij uitdrukkelijk verklaarde als overgangsmaatregel, eene bepaling ontworpen, luidende: Indien hij, aan wien de eed is >opgelegd, verklaart bezwaar te maken tegen het uitspreken »der gebruikelijke eedsformule, wordt hij op zijn verzoek toe»gelaten om de waarheid of onwaarheid der feiten, waarover de eed is opgelegd, op plechtige wijze te bevestigen."

Met dit voorstel nu vond de Regeering geene vrijheid mede te gaan. »Het is haar toch voorgekomen", schrijft de Minister Loeit in de Memorie van Toelichting, »dat het de voorkeur »verdient voorshands en tijdelijk op dit stuk de bestaande »regeling te behouden; en meer oorbaar, dan zonder vast »richtsnoer voort te schrijden op den weg van het nemen van afzonderlijke, onderling van elkander afwijkende, beslissingen, »schijnt het haar, met ernst te trachten eene, de volle materie omvattende, regeling der eedsvraag over het gelieele rechtsgebied tot stand te brengen. De daartoe noodige stappen stelt zij zich voor te bekwamen tijde te doen."

De Regeering, die in den loop van het jaar 1905 de vorige opvolgde, stelde zich ten aanzien van dit punt op een ander standpunt. In overeenstemming met hetgeen in de afdeelingen vele leden der Kamer hadden gewenscht en de meerderheid der Commissie verklaard had gaarne te zullen zien, is in het gewijzigd ontwerp van Wet, dat aan de behandeling in de Staten-Generaal staat te worden onderworpen, het door de Staatscommissie gedane voorstel weer opgenomen.

Daarentegen zijn er op verschillende andere punten wijzigingen in het oorspronkelijk ontwerp gebracht, maar geene van ingrijpend belang. Het ontwerp der Regeering, zooals het thans luidt, is dus nog altijd in hoofdzaak eene reproductie van dat der Staatscommissie.