Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

partijen. Kr is inderdaad geene reden denkbaar, waarom men bij deze procedures, die toch waarlijk niet tot de zoogenaamde bagatel zaken behooren, maar waarbij integendeel in den regel de gewichtigste belangen der partijen betrokken zijn, met een minder betrouwbaar soort van getuigen zou kunnen volstaan; noch ook waarom personen, die in alle andere gevallen, als niet te vertrouwen, van het afleggen van getuigenis worden uitgesloten, in dit bijzonder geval nu Avel te vertrouwen zouden zijn. En wanneer men hierop antwoordt, dat de wet bij de hier bedoelde gedingen de getuigenis van bloed- en aanverwanten wel moet toelaten, omdat dezen hier vaak de eenigen zullen zijn, die van de feiten, waarvan het bewijs geleverd moet worden, kennis dragen, dan zou ik als wederantwoord de vraag willen stellen, wie ons waarborgt dat hetzelfde zich in de practijk niet ook in vele andere gevallen zal voordoen. Immers, wanneer iemand eenig feit te bewijzen heeft, en daartoe als getuigen kan bijbrengen zoowel geheel onpartijdige vreemden als zijn eigen naaste betrekkingen, zal hij zeker niet bij voorkeur de laatsten uitkiezen. Hunne getuigenis zal in den regel alleen ingeroepen worden wanneer men geene keus heeft; en hunne onbekwaamheid zal dus vaak nederkomen op het onmogelijk maken van ieder bewijs. "\ ertrouwt de wetgever, gelijk hij doet, dat in procedures betreffende den persoolijken staat de rechter de noodige menschenkennis, oordeel en voorzichtigheid zal bezitten om de getuigenissen te wegen en het ware van het valsche te onderscheiden, dan behoort hij hem ook hetzelfde vertrouwen te schenken waar het gedingen over andere onderwerpen geldt, en dan is hiermede de uitsluiting van art. 1947 veroordeeld.

Geheel dezelfde bezwaren als tegen de onbekwaam verklaring van bloed- en aanverwanten en van den echtgenoot kan men aanvoeren tegen een andere in onze wet voorkomende bepeiking

Sluiten