Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Blz. 221, de vier soorten van begoe's; blz. 222 verklaring van den naam bitjara goeroe; blz. 223—227, verdere bizonderheden (verschil met Hagen's voorstelling); blz. 228-230, naar aanleiding van Hagen's verkeerde opvatting van de „pëngoeloebalang" eene uitwijding over 't begrip fêndi.

Blz. 230, 231, onderscheid tusschen hanloe en begoe(W's verklaring zeer aannemelijk!); blz. 231 — 234, over Omang (beter K~émang), Orang Boen\n, enz.; blz. 235—238, vereering v. stoffelijke voorwerpen ; pingoeloebalang; poepoek.

Blz. 239, heilige plaatsen bij Boeloeh Awar en Salaboelan; blz. 240 e.v. het „pZnoeroeni," 't gebruik van tooverstaven en përminakën, offers hieraan; Pngar; P'éndapatén; blz. 243, Goeroe's; Sibaso's.

Wijng. Versl. (1893) blz. 173; dez. (Aant.) blz. 246. Joustra (Aant.) Med. 40. blz. 169, 't Hechten aan droomen; Neum. Een en ander. Med. Dl. 48 blz. 368 e. v. idem; Joustra (1895) blz. 229, hetpiroemah begoe; dez. (1895) blz. 145 e.v. enkele nog zeer voorloopige mededeelingen over fêndi en begoe; Neum. Begoe. blz. 23—39. (De mededeelingen zijn nog zeer verward, vaak onjuist, de conclusie's haastig, kortom : 't is nog een onrijpe vrucht; maar niettegenstaande dat toch van belofte voor de toekomst.) Joustra Lezing, blz. 408 (over „tëndi" = soemangat); blz. 415 e.v. vrees voor geesten; begoe; sibaso; Neum. Tëndi en si Dajang. blz. 101—146, een zeer belangrijk en over 't geheel zeer goed artikel. Hiervan moge de korte inhoudsopgave getuigen. Voorop stelt Neum. het „resultaat" zijner onderzoekingen, spreekt dan over de „zeven" tendi, en tracht dit getal te verklaren in verband met de versch. polskloppingen (blz. 104 e.v.); over de „soedara" als schutsgeesten, en over omineuze trekkingen.

Op blz. 108 e.v. komt ter sprake het voor de eerste maal knippen van het haar, en in verband hiermede de beteekenis van het haar, zoo ook

3

Sluiten