Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

plaats gehad hebbende „rustverstoringen" in Adji Bata c.a.) Schrijver geeft aan, hoe de grens dan moet zijn.

Blz. 171—175, de verhouding der 4 rijken Silau, Paneh (lees Pane of Panai), Si Antar en Tanah Djawa. Hunne verhouding tot Atjeh. Rol van Deli hierin; het Radja-na-Opat-schap (zie „Generalia" waar het best de figuur van Singa Mangaradja onder dak te brengen is); blz. 176, Van Dijks verklaring van de macht der vier vorsten in Sibaloengoen; blz. 177—178, feiten, die dit zouden staven; blz. 179 de insignes van Atjeh.

(Is de voorstelling, hier gegeven, juist, dan is de aanspraak, die de Sultan van Dëli maakt op machtsuitoefening ook over de Karo's, niet geheel zonder grond.)

Over ongeveer dezelfde dingen Kroesen, Rapp. blz. 214—215. De verschillen met van Dijk zijn vele. De verklaring van de namen der rijken op blz. 215 is natuurlijk de inlandsche verklaring, ('t Is evenwel niet duidelijk, of de schrijver het ook niet als geschiedenis opneemt, wat nog al naïef zou zijn. Men oordeele: silau van hijau, siantar van pantar, e. d.)

Van Dijk, Rapp. blz. 180—184, nadere bizonderheden over de verhouding der vier rijken; verder over Raja (Rea), blz. 185; TandjoengKasau, blz. 186; ald. ook over Si Antar; blz. 187—189, splitsing van Si Antar-, blz. 190, veroveringen der Raja's; blz. 191 —193, over enkele kleinere landschappen; verhouding tusschen Repa en Polha; resumé.

Blz. 194, over Tanah Djawa; de twee rijken, één onder Radja Maligas, één onder Toean Dolok; Vg. hierbij Kroesen, Reis blz. 234—237, en Simon, blz. 81.

Kroesen, Rapp., blz. 216 begint de geschiedenis op te halen van omstreeks een eeuw geleden, nl. van de groote beweging tengevolge van het optreden van Toewan Radja (lees: Toehan Raja); blz. 217 over de oorzaken der onlusten,

Sluiten