Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

terugslag gevoeld dan de onmiddellijke werking; ze hebben niet zoo rechtstreeks den verwoestenden invloed ondergaan als de meer zuidelijk gelegen gelegen streken. De Padri's komen dan ook in de afdeelingen V en VI ter sprake.

Als een bizonderheid moet hier echter de geschiedenis der oostelijke Toba-landen vermeld worden, nl. de bovenlanden van Asahan.

Litteratuur. Hier valt eigenlijk slechts één werk te vermelden, nl. Kroesen, Geschiedenis van Asahan.

Overzicht der gegevens.

Kroesen. Asahan, blz. 83—85, de „voorgeschiedenis."

Na den krijgstocht van den Atjèhschen vorst Makota Alam Alaoedin Sjah Djohan tegen PoETëRi Idjo (zie mijn opstelletje Med. N. Z. O. 1903 blz. 162; omtrent deze mysterieuse prinses, die blijkbaar ook in Atjèh en de Gajö-landen een legendarische figuur is moge hier gezegd worden, dat zendeling Neumann mij in een brief de in elk geval vernuftige gissing mededeelde, dat deze in verband zou staan met de Portugeesche krijgsondernemingen. Hij vermoedt dat deze „Blauwe Prinses" met haar atributten, een kanon en een slang, haar oorsprong te danken heeft aan een Portugeesch vaandel, met eene afbeelding van Maria), zakt hij verder zuidwaarts af, en komt in de Asahan-rivier. Gezanten naar Si Morgolang. Deze zendt op zijn beurt een Karo-Batak (!) naar den Sultan. De naam is niet bekend, maar het volk spreekt nog altijd van den „Haro-haro." (Wel merkwaardig, dat een zijtak van het vorstenhuis van Asahan dus van Karo'schen oorsprong zou zijn! In dit verband moge ik vermelden, dat een nog niet door mij uitgegeven Karo-Bataksch verhaal, Si Onan Katana, zegt, dat de eerste vorst van Siak ook een Karo-Batak was! Pa-PMta, Sibajak

Sluiten