Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3 a 4000 man (blz. 124). Resultaat (blz. 131): „zoo was in het begin van 1868 de vijand stoutmoediger en de toestand hachelijker dan ooit te voren." Komst van controleur Kaathoven, ter vervanging van van den Bor, die met verlof ging „daar hij door een driejarig verblijf te midden van voortdurende moeilijkheden naar geest en lichaam was geknakt". (Waarlijk geen wonder als men het droevig relaas leest!) Blz. 132, Kaathoven naar SiRaritau; wapenstilstand, zoekt en verkrijgt contact met Radja Marlampo c. s.; blz. 133, de weerzin der bevolking tegen den Jang Dipertoewan bleek zoo duidelijk, dat deze voorloopig naar Koewaloe werd gezonden, 't Bestuur voorloopig gevoerd door een „Karapatan" onder toezicht van den controleur; blz. 134, opnieuw mislukte poging zich met Penetek in verbinding te stellen. Deze wil geen toenadering, begint een formeelen oorlog, verovert (blz. 135) Bandar Poelo, wordt verdreven, vlucht naar Radja Tombak maar valt daar door verraders handen. Daarmee was het verzet, dat 5 jaar geduurd had, uit (1870); blz. 136, in 1879 nog eens een overval van Bandar Poelo, doch zonder politieke beteekenis.

Schaap, Memorie blz. 39, opgave der onafhankel. Bataksche landschappen in Boven-Asahan en Kwaloe en de verklaring: „met deze onafhankelijke streken werden weinig moeilijkheden ondervonden".

Sluiten