Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vorm, haar en haardracht, neus, tanden, handen, welke eigenschappen (bij mannen en vrouwen) voor schoon gelden, kropgezwellen, stemgeluid, spierkracht, huiduitwaseming, misvorming, vroege huwbaarheid; de blz. 225—238 geven een karakterbeschrijving, die m.i. tamelijk subjectief is, en niet geheel zonder innerlijke tegenspraak; blz. 239—252 is eene afzonderlijke bespreking van de Bataksche vrouw (waar ook allerlei vermeld wordt dat onder „zeden en gewoonten" op zijn plaats is).

F. Ethnographie.

Overzicht der gegevens.

Huisbouw, dorpen Neum. Pane III, blz. 255—260, de verborgen

van de meeste dorpen, de bouw-orde; het materiaal waarvan de huizen gebouwd zijn; vorm en inrichting; de fraaiere huizen der hoofden; over sopo's, kleine rijstschuren (rangkijang, hopoek). De wijze van bouwen, oogenschijnlijk goedkoop, is echter duur (een zeer goede opmerking!), onreinheid der woningen, en kleine Huisraad, klee- bewoners; blz. 260—263 over huisraad (vrijwel ding en sieraden, hetzelfde als overal in de Bataklanden); zoo ook kleeding en sieraden, blz. 266—273; voor omstreeks 50 jaar nog kleeding uit boomschors (tangki\ nu totaal verdwenen; verschillende ragiweefsels; in Garoga en Parsosoran nog de talitali, in Dolok eigenaardige hoofddoeken der hoofden; kleeding der vrouwen; haardracht, sieraden bijna uitsluitend door meisjes gedragen; in het Toba'sch gedeelte gouden oorringen der mannen; armringen, pronkkleederen.

Wapenen,weer- Blz. 273—278, over wapenen: zijdewapenen; middelen. de lans is in onbruik geraakt, boog en pijlen vindt men nergens meer; invoer van kruit;

Sluiten