Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

blz. 30—34, eenige veronderstellingen omtrent de vroegere verplaatsing en opschuiving der stammen; blz. 35—47 iwaarbij de figuratieve kaart), over de verhuizing der stammen en de gedetailleerde „geschiedenis" van elke „marga" afzonderlijk.

Padri's. Blz. 48—59, verstoring van de orde en de wel¬

vaart door de Padrische overheersching.

Blz. 67—99 geschiedenis van Padang Lawas van 1841 —1879, d.i. van de ontruiming tot onze vernieuwde vestiging. De gegevens zijn grootendeels geput uit archieven, en verder door het volk zelf verstrekt. Het is een waar „middeneeuwsch" beeld van anarchie, vuistrecht en ontelbaar veel „oorlogjes", alias roof- en strooptochten. In 1855 was het zoo erg, dat we tuschenbeide kwamen. (Tocht van Qodon; zie voor de Bestuursbemoeienissen enz. de volgende rubriek.)

Hindoe-invloed. Hieromtrent zijn geen gegevens, maar dat er vroeger Hindoes geweest zijn bewijzen de Hindoebouwvallen. (Zie Rosenberg, Hindoebouwvallen blz. 58—62, en verschillende gegevens in de Notulen van het Bat. Gen., in de litteratuuropgave nader aangeduid.)

M. Verhouding tot en invloed van het Europeesch Bestuur.

Litteratuur. In bezitneming en ontruiming; Kielsta. S. W. K. I, II en III; Neum., Pane; Godon, Mand. en Ank.

Overzicht der gegevens.

Eerste vestiging. Neum., Pane II, blz. 60—67, expeditie onder majoor J. L. van Beethoven (ontleend aan H. M. Lange, het Ned. O.-l. leger ter W.-kust van Sumatra); val van Dalo-dato (bij Kielstra e.a. Daloe-daloe), aanstelling van een „gecommitteer-

Sluiten