Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geboorte en de geschiedenis van Singa Mangaradja.

(De aanteekeningen van Meerwaldt, blz. 42—45, zijn zeer belangrijk en geven blijk, dat M. ter plaatse geweest is, en de locale toestanden kent.) •

Van Dijk, Aant., blz. 299, afkomst van Singa Mangaradja (zie den stamboom op blz. 313); blz. 300—301, zijn jeugd en jongelingsjaren; dobbelzucht; reis naar Baroes en Atjèh en veronderstelling van den schrijver, dat S. M. daaraan zijn macht te danken heeft: vasal van Atjèh, rijksinsigniën, vier in getal; blz. 302, de tegenwoordige (tiende) Singa Mangaradja (d. i. in 1889).

James, Singa Maharadja, blz. 134, begint met het verhaal van Sultan Ibrahim, die uit Taroesan vertrekt en eindelijk in Silindoeng terecht komt (vg. hierbij Deutz, Baros, die uitvoeriger is in de mededeeling der gepasseerde plaatsen. Daar ook anderen spreken van een reis naar Baroes (en Atjèh), is dit wel duidelijk, dat, om welke reden dan ook Singa Mangaradja iets met Baroes heeft uit te staan); blz. 135, de aanstelling van Radja-na-opat. vier vorsten, wier namen zijn: Orang Kaja Tof.wa, Magek Tjita, Orang Kaja Lelo Moeda en Baginda Maulana (ook elders komen deze namen voor, en de door Meerwaldt, Pidari, blz. 53 vermelde „onderkoning" van Singa Mangaradja, Bagot Sinta zal wel = Magek Tjita zijn); jaarlijksch huldeblijk: een bont paard; blz. 136, komst te Bangkara en stichting van een „moskee" (een noot wijst op Pleytf. Bat. vert. blz. 4 en 5, en blz. 45. waar sprake is van een „djoro," heiligdom van Singa Mangaradja); zijn vrouw blijft daar in zwangeren toestand achter. Voorspelling omtrent de behaarde tong van den te verwachten zoon.

Blz. 137, jaarlijksch huldeblijk een zwart paard. Geboorte van Singa Mangaradja onder geweldige natuurverschijnselen. (Het verdere van den tocht, blz. 138—142, is hier van geen belang.)

Sluiten