Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gen, jvaardoor eene stad nu wel niet uit niets geschapen wordt, maar waardoor ze toch op eenigszins kunstmatige wijze ontwikkeld blijkt te zijn uit het dorp. Later wordt hierop meer uitvoerig teruggekomen, maar voorloopig zij dit voorbeeld hier aangevoerd om te wijzen op het onjuiste der nog zeer algemeene opvatting omtrent het ontstaan der steden. Men beschouwt dit vaak als een natuurlijk oeconomisch proces en denkt niet aan de inwerking van het individu (in casu van de vrouwe der stad) daarop. Men zegt, dat de stad groeit, waar het dikwijls meer gepast zou zijn om te spreken van het kweeken eener stad. Een van die middelen om eene stad te kweeken, was het verkrijgbaar stellen van grond voor woningen zooals dat in Schiedam geschied is. Dat Aleydis dit niet deed, omdat de nieuwe inwoners haar toevallig de gelegenheid boden haar land op voordeelige wijze te verpachten, blijkt wel daaruit, dat zij hiervoor met opzet land kocht. Aleydis had haar grondbezit in Schiedam door koop verworven ').

Toen Floris V, waarschijnlijk niet geheel vrij van het door Bücher zoo genoemde „Stadtgründungsfieber", dat vele middeleeuwsche vorsten aantastte, het voornemen had opgevat, te Brijdorp op Schouwen eene stad te stichten, bracht hij vooraf „hofsteden, huysinglien, erve" in een deel van het ambacht aan zich *).

Dat de burgers nu maar niet zoo, al naar dat het noodig was en ze het met den heer der stad eens konden worden, stukken van diens bodem verwierven, maar dat het hun volgens een vast plan, hetzij in perceelen van gelijke grootte, of voor een uniform tarief van zooveel per roede, aangeboden werd, is nog later duidelijk te bemerken. Elke mansus in Geertruidenberg betaalde 0 den.; in Rotterdam was de gewone omvang van een heele hofstede 3 roeden, daarnaast waren er halve van l'/2 roede, en de prijs van alle bedroeg 1 (J jaarlijks per roede; in Zierikzee was de pachtsom ook 121) = 1 /? payments per r.; in Gorinchem was men voor ieder erf beneden de 3 roeden den gewonen 3) tijns verschuldigd en van elke

1) Zie blz. 12. In den brief, waarin zij hare bezittingen in Schiedam aan Floris V opdraagt, spreekt zij van „hare woninghe ter Nuwer Scie ende al dat land, dat si daer ghecocht heft."

2) V. d. Bei-gli, II, 586 (1286), van Jan van Renesse. In hetzelfde jaar krijgt hij van een Pieter Nobel en zijn broeder, Ser Clais kindre, „de elt van der havene ende van den dorpe ende van der herve, dat wi ghesproken hebben met u te makene" in Ser Clais kinder Nieuwlant. Het plan om de stad aan te leggen blijkt uit het charter van 1288, waarin Jan van Brabant op verzoek van Floris V tolvrijheid geeft in z|jn land voor Arnemuiden en Brijdorp. Van deze beide plaatsen wordt gezegd, dat de graaf „propositum et intentionem liabe(t) faciendi duo nova oppida": V. d. Bergh, II, 644. In Arnemuiden heeft de graaf in 1318 nog een vrij belangrijk grondbezit, maar van de stichting eener stad is hier evenmin als in Brijdorp iets gekomen en liet is niet als „hofsteden" uitgegeven: Hamaker, Rek. v. Zeeland, I, blz. 100 vlg.

3) Bedrag onbekend.

Sluiten