Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

allen gevalle, de stad aanvaardde de goederen als iets, dat aan den bisschop behoorde, blijkens de jaarlijksche recognitie, welke zij ervoor betaalde. Zijn groot grondbezit heeft Kampen evenwel te danken aan de verdeeling van het Mastebroek.

De bisschop Jan van Arkel had er reeds geruimen tijd op aangedrongen, dat dit „wilt onbefïredet lant" ') zon worden verdeeld en bedijkt. Reeds Jan van Diest *) had de verdeeling bevolen en met graaf Willem III van Holland een verdrag gesloten over den tijns, dien het landsheerlijk aandeel, de „voorslag", zou opleveren, maar eerst Jan van Arkel kon de markegenieenschap tot ontbinding brengen en dat nog maar na een hevigen strijd met de lieeren van Voorst. Deze, die ook in het Mastebroek gewaard waren evenals andere edelen en de dorpen en steden van en bij Zwollerkerspel, schikten zich ten slotte in het voorstel van den bisschop, mits ze 160 morgen extra kregen. En nu ligt het vermoeden voor de hand, dat dit de reden geweest is, waarom de bisschop in 1303 aan de stad Kampen het Kampereiland, met den aanwas daarvan, afstond 3). Hij moest nl. het Kamperaandeel gebruiken om den lieeren van Voorst het beloofde te schenken4). Het was een aanzienlijk grondgebied, dat in den loop der jaren nog sterk in waarde gestegen \ is. terwijl het Mastebroek te vroeg bedijkt werd, zoodat de kleilaag'' zeer dun is en in het midden zelfs ontbreekt % zijn de eilanden nog eeuwen lang door zee en rivier met vruchtbaar slib opgehoogd. De stad kreeg nu 4381/, morgen met den aanwas"),

1) Arcnt ten Boccop, blz. 307.

2) In 1331 was de „ruminge geropen" : Mullere regesten, van Utr, n". 168.

3) Register van het oude Archief v. Kampen, 1, n". 148.

4) Deze gissing en verdere bijzonderheden bjj Van Doorninck, Verslagen en Meded. Overijsel, VI, blz. 100 vlg.

5) H. Blink, Nederl. en zijne bewoners, II, blz. 286. Aan de stad waren 30 hoeven d. i. 480 morgen beloofd.

6) Deze groote omvang is het eenige bezwaar tegen de gissing van Mr. Van Doorninck. Deze 4381 j morgen kunnen onmogelijk een aequivalent zijn voor de 160 morgen, welke de bisschop noodig had om de heeren van Voorst tevreden te stellen. De stad Kampen had zeker reoht op meer dan 160 morgen markegrond. De gewaarden in Hasselt krijgen (volgens Bijlage G bij Van Doorn.) ruim 155 morgen, de Zwolsche gewaarden 242 morgen en de stad Zwolle als geheel 210 morgen. Hasselt was veel kleiner en Zwolle ook altijd veel onbelangrijker dan Kampen (Arent ten Boecop, blz. 484, omtrent het aantal inwoners) en men zou de laatste stad eer ruim 400 morgen toekennen, zooals ze ook in ruil ontving, dan ongeveer evenveel als Hasselt en veel minder dan Zwolle. De bisschop hoeft evenwel het geheelo aandeel van Kampen weggegeven. Hij had recht op den voorslag en dat was ' j0 van het geheele Mastebroek, dat ruim 6927 morgen groot was (A. ten Boecop, blz. 306), dus op 690 morgen, en hij ontving maar 627 morgen; de wijbissohop 45 morgen, hoogstens alzoo 672 morgen (Ib. blz. 86). Ik vermoed, dat zoowel Zwolle als Wilsum een extra aandeel ontvangen, evenals de heeren van Voorst. In het register van de verdeeling komen nl. eerst do afzonderlijke Zwolsche gewaarden voor en bovendien krijgt de stad een stuk als geheel ; evenzoo is het in Wilsum, waar de stad als zoodanig 32 morgen extra ontvangt. In

Sluiten