is toegevoegd aan uw favorieten.

Stadsbezit in grond en water gedurende de middeleeuwen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Andere sloopte het met geweld of wist het voor geld te doen slechten '), en nadat zoo langzamerhand de grootste lastposten met den grond gelijk gemaakt waren, kreeg het van den keizer gedaan, dat hij verbood binnen drie mijlen afstands van de stad kasteelen te bouwen (1349)2). Maar juist de keizer bracht de stad ertoe, deze voorzichtige staatkunde vaarwel te zeggen en burchtheer te worden, ln 1356 nam zij, al was het dan op bescheiden wijze, deel aan eene leening, waarmee Mainz en \Y orms den steeds geld behoevenden Karei IV geriefden en waarvoor zij de beide burchten Oppenheim, dien van Odernheim (burcht en stad), Schwabsburg, Nierstein, de beide Ingolheims, Winterheim etc. in pand kregen 3).

Over 't algemeen was het met een zekere schuchterheid en slechts door pressie van buiten, dat de stad zich aan zulke improductieve bezittingen waagde. Daarbij voldeden deze maar ten halve aan het doel, dat men ermee beoogde. Zij vereischten eene bezetting, die ontzettend veel kostte en de versnippering der krachten, die de verdediging van die vooruitgeschoven punten met zich bracht, verhoogde de weerkracht der stad allerminst. Bovendien stelde zij zich veel meer bloot aan eene schending harer onzijdigheid en werd zij in alle veeten van woelzieke heeren in hare omgeving betrokken. Het zwaartepunt der belangen werd hierdoor op bedenkelijke wijze buiten de stad verlegd. Hoe gevaarlijk dit kon worden, heeft Brunswijk ondervonden. De aristocratische stadsraad uit de „geslachten" heeft zich door zijne pogingen 0111 zich de hertogen tot vriend te houden, uit ijdelheid en door eene groote zorgeloosheid in het beheer der stedelijke inkomsten, welke ook in andere zaken duidelijk aan het licht komt, laten verleiden zooveel kasteelen in pand te nemen, dat de toch al ontredderde financiën er nog veel meer door in den war raakten 4). In 1331 kreeg de stad den Asseburg in pand en hiermee wordt eene rij van verpandingen geopend, die ten slotte de kracht van de stad geheel verlamde.

De kwestie van de pandsloten werd eene levensvraag voor haar en een van de voornaamste grieven, zoo niet de voornaamste, die de oude stadsregeering ten val brachten. In 1374 werd zij door gilden van het kussen gedrongen. Het nieuwe bestuur liet de pandsommen aflossen, zoo goed zoo kwaad het ging. Men kreeg maar een luttel sommetje terug van hetgeen er vroeger voor uitgegeven was 5), doch men wilde ten koste van alles het stedelijk organisme

1) Confractio castri: Speirer Urkb., S. 115 (1285); de toezegging, dat het slot Nidow gesloopt zou worden: 1b., S. 59 (1254).

2) 1b., S. 458 f.

3) Wormser, Lrkb. II, S. 328 f. Voor 40.000 gulden, waarvan Mainz alleen 33.000 gld. gaf. In 1366 nog 31.000 gld.). Ib., II, S. 406.

4) Mack, Braunsohweig, S. 46 f.; hij stelt de zuak ten onrechte zoo voor, als ware liet er alleen om te doen geweest om de veiligheid der handelswegen te verzekeren.

5) Chroniken der deutschen Stadte, VI, S. 154.