Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van Beieren, dat de slotvoogd van Geertruidenberg zou moeten zweren niets te ondernemen tegen de rechten der stad of van Zuid-IIolland '). Meer radicaal was: alle steenen huizen bij de stad te weren r), en het meest afdoende: den huizenbouw maar kortweg geheel te verbieden. In Haarlem was het niet geoorloofd binnen „veertig roeden te landewaert ende binnen hondert roeden te water waert na der vryheyt" huizen te bouwen of er te wonen. Eenige huizen, die er al stonden, zouden door de stad onteigend en algebroken mogen worden 3). In Naarden eene gelijke bepaling met de bedreiging van hooge boete (100 'ft') en geldende tot op 500 roeden van de stad4) en in Zaltbommel een soortgelijk verbod voor het „gericht %'an Saltboemell"5). Aan schepenen, raden en gemeente van Utrecht was reeds in 1254 het recht gegeven om in geval van nood alle gebouwen, zelfs kerken, af te breken 6). Zeer begrijpelijk is het, dat, wanneer eens uit zoo'n ring om de stad de bewoners geweerd waren, al spoedig klachten kwamen over de vestiging van menschen vlak bij dat verboden terrein; vandaar eene neiging om dien strook steeds breeder te maken. Leiden had in 1405 het privilege gekregen, dat er geene huizen getimmerd mochten worden binnen 50 roeden van den buitenkant der vestingwerken; in 1451 werd door rechter en schepenen dier stad vastgesteld, dat dit verbod zou gelden tot op 200 roeden van de vrijheid').

Soms wordt ook een andere grond dan de zorg voor de veiligheid opgegeven. Delft klaagt, dat de huizen aan de stad dienen tot herberg, dat zich daar ballingen uit de stad ophouden, 's nachts in de stad komen en allerlei moedwil bedrijven en dat op die wijze een y stedelijk banvonnis zijn kracht verliest. Vandaar een privilege van Philips van Bourgondië, dat binnen 60 roeden van de vrijheid slechts huisjes gebouwd mochten worden voor berging van vee of graan, maar dat ze „woenste, herberge off taverne nocli cabaret" mochten dienen"). Of het nu alleen ergernis was over de „ruytheden" der ballingen en of de stad er ook niet met leede oogen aanzag, dat

1) Van do Wall, II, blz. 450.

2) Groningen (voor de geheele hemrikken): Stadb. ed. Telting, blz. 04, art. 1 75 ; Zwolle (voor de vrijheid): Tweede stadb., ed. Telting, bijvoegsel, art. 343, blz. 238.

3) Van Mieris, III, blz. 538 (1389).

4) Boergoensche Charters, 67 (1442).

5) Nijhoff, Gedenkw., III, blz. 52 (1378).

6) Heda (ed. Buch.), p. 218 seq.

7) Keurboeken v. Leiden, ed. Hamaker, 1876, blz. 4, 146 vlg.; ook blz. 272 (uitzondering voor de huizen buiten de Rijnsburger poort).

8) Van Bleyswijok, I, blz. 75, 1848 49. Binnen do vrijheid was het bouwen van huizen, schuren ofte andere „timmeraegie" in de 16e eeuw verboden: Keuren en Ordonn., blz. 95 vlg. Haarlem kreeg in 1478 79, wat zeker meer afdoende was, uitbreiding van vrijheid om dezelfde reden, nl. wegens „sekere inconvenienten als doetslagen, vechtelicken. overhoricheden": Ilandv. v. Ilaarl., blz. 145 vlg.

Sluiten