Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op bevel van de steden en vijf „knapen" moesten reeds bij voorbaat bezweren, dat zij in geval van zijn overlijden den toren van het kasteel zouden bewaren op dezelfde voorwaarden als de gestorven burchtvoogd '). Op het behoud van den toren kwam het blijkbaar aan Frederik van Blankenheim mocht hem in 1395 voor den oorlog tegen Reinoud van Koevorden wel in gebruik hebben, maar ook niet langer ').

Ondertusschen was er al eene flinke opruiming gehouden onder de verschillende roofnesten. Het huis te Saterloo of Saesfelt (in Twente ten N.W. van Oldenzaal) viel in 1360'), maar een veel gewichtiger feit was de bekende verwoesting van het kasteel van Voorst. Na aan de steden groote voorrechten te hebben beloofd en alle drie door verdragen goed aan zich verbonden te hebben4), voelde de bisschop zich sterk genoeg, om den gevreesden ridder Zweder van Voorst te doen bukken voor zijn gezag. Welke kosten daarvoor gemaakt moesten worden, blijkt uit de Cameraarsrekeningen van Deventer. Deze stad gaf daarvoor uit in 1362 ruim 3008 IC ') en in het volgende jaar betaalde zij nog aan die van hare burgers, welke den bisschop geld geleend hadden voor de onderneming, samen ruim 1937 'tó 6). Zij had hem namelijk 1000 oude schilden, d. i. ruim 1938 (£ beloofd voor zijn eigen behoeften als tegemoetkoming in de oorlogskosten. Al hare inkomsten van het jaar 1362 bedroegen ruim 5238 <tï, dus meer dan dit had zij er voor over, om bevrijd te worden van dezen angel in haar vleesch. Zwolle, dat minder rijk was, had zich eene uitgave van 2284 f daarvoor moeten getroosten 7). Deze sommen geven ons er een denkbeeld van, hoe zeer de steden de kwestie van de roofsloten als eene levenszaak beschouwden. Natuurlijk waakte men er voor, dat er niet weereen nieuwe burcht verrees op het erf, waar het kasteel gestaan had; om te zorgen, dat de verleiding hiertoe niet te groot werd, werd de grond gelijk gemaakt, de grachten met aarde gevuld "). Hierna viel de beurt aan Puttenstein. De stad Kampen, die van deze burcht den grootsten last ondervond 9) werd door den bisschop Arnold van Hoorn bijgestaan. In 1375 stemde de eigenaar Herbern van Putten

1) Register, Arcli. Kampen, n". 219. Ongedateerde oorkonde.

2) Groninger Oorkb., II, 885

3) Over. Chron., blz. 294.

4) Cameraarsrek.. Inl., blz. 78 vlgg.

5) lb. III, blz. 132 vlgg. Hiertegenover stond een ontvangst uit de goederen van Voorst van ruim 275 't£.

6) Ib. blz. 249 vlg., 262.

7) V'. Hattum, I, blz. 183, noot C.

8) Cameraarsrek., III1, blz. 266, 290, 293. De burgerjj van Deventer trok zelf naar het voor haar vrij ver afgelegen Voorst om aan het aardwerk mode te doen.

9) Register Arch. Kampen, n". 191; V. Hatlum, I, blz. 169 vlgg.; Ten Boeoop blz. 365 vlgg. Zij maakte hot vooral Kamperveen lastig, dat Kampen ten deele tot zijne vrijheid rekende.

Sluiten