Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En niet lang duurde het, of ook andere deelen van Oostergoo wierpen zich in de armen der machtige stad 0111 de rust te vinden, die het land zichzelf niet schenken kon. In 141)1 kwam een verbond tot stand met Dokkum, eenige kloosters daaromheen, vele dorpen en edelen uit Dongeradeel en Ferwerderadeel. Strenge bepalingen tot bewaring der persoonlijke veiligheid, zoo noodig door de stad uit te voeren, beroep op een college gevormd uit de hoofdmannenkamer en de landrechters, toewijzing van de helft der boeten aan de stad en nog verschillende andere bepalingen vormden den inhoud ervan '). Een Groninger burger werd als kastelein te Dokkum geplaatst. Om deze kern groepeerde zich aldra een groot deel van Oostergoo. Maar de middelpuntvliedende kracht bleek nog steeds te groot en een stevige band noodzakelijk om de aansluiting duurzaam te doen zijn. Een ontevreden schare onder den edelman Mokkema van Aalsuni bezette in 141)2 Dokkum. De Groningers trokken uit en verwoestten diens huis te Dokkum en zijn stins in de nabijheid van dat plaatsje. Nu eerst was men wat verzekerd van de hechtheid van het verbond. In Friesland had men steeds verbonden gesloten en toch altijd met elkaar overhoop gelegen; het staal vermocht hier alles tegen liet perkament, doch nu had men in Dokkum een steunpunt om verder in Friesland te kunnen opereeren. Eenige weken na het gebeurde te Dokkum stonden de Groninger troepen voor Leeuwarden, waar het volk de poorten opende. De stad onderwierp zich geheel. Van de geschillen tusschen burgers, waarvan men zou mogen appelleeren, zou liooger beroep zijn bij den Groninger raad. Er zou een slotvoogd over de stad gesteld worden, die als ouderman of als schepen zitting zou hebben in liet stadsbestuur en die den Groninger raad zou vervangen, wanneer die niet aanwezig was. Voorloopig zou dien kastelein tien jaar lang jaarlijks honderd Rijnsche guldens moeten worden opgebracht2). Het hoofd der Schieringers, Bokke Harinxma, met de Sneekers trachtte wel de Groningsche bezetting te verjagen, maar werd bij Barrahuis verslagen en moest beloven eene groote schatting te betalen, er zich niet tegen te verzetten, zoo eenig deel van Oostergoo of Westergoo zich bij Groningen wilde aansluiten en de stad niets in den weg te leggen, als zij hare tegenstanders in Westergoo straffen wilde ;!). Voortdurend verzochten edelen, geestelijken en dorpen in het verbond niet Groningen te mogen worden opgenomen. Het archief in Groningen bevat een dertigtal oorkonden, alleen over de jaren 141)1 en

den Groninger magistraat dezelfde rechten werden ingeruimd, liad door zijne overeenkomst met de stad het model geleverd van een tractaat. waarvan dit slechts de copie was. Reeds sedert 144(3 was Smallingeland, maar minder nauw, met de stad verbonden, volgens U. Emmius, De Agro Frisio, p. 36. In Eeiths register staat echter alleen een verdrag op 1444 (no. 6. blz. 100).

•1) "Worp v. Thabor, IV, blz. 180 vlgg.

2) Emmius, XXXI, p. 481.

3) Worp v. Thabor, IV, blz. 198 vlgg.

Sluiten