Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dooden van een vogel zelf die van 50 Mark gesteld was ')• Vandaar, dat de Overijselsche steden, Kampen, Deventer en Zwolle fier waren op hare zwanen en zich kitteloorig toonden op het punt van aanranding harer rechten in dezen *). Kampen beweerde alleen zwanen te mogen houden in het Zwarte Water tot in zee en handhaafde dit met veel nadruk als een teeken van zijn uitsluitend recht op dien stroom.

Het Molenwater. (De Molenwind).

Dat het water als bedrijf kracht voor het volksbegrip deel kon uitmaken van de mark, is reeds gezegd. Dat het evenwel eene op zich zelf staande mark kon vormen in dien zin, dat het ook wel als gemeene bezitting beschouwd werd daar, waar niet de twee oevers of éen van beide tot de communitas behoorden, hiervan is mij geen ander voorbeeld bekend dan de Dreisam bij Freiburg i. Hr. een mark, die nog een eind ver in de omliggende marken reikte3). Of het verder door liet oudste recht als regel beschouwd werd, dat de molen, die zijn beweegkracht van dat gemeenschappelijke water ontving, eigendom moest zijn van de volksgemeente dan of hij van ouds ook aan een particulier kon toebeliooren, is eene vraag, welker beantwoording niet van groot belang is, omdat de kosten voor het bouwen van zulk eene inrichting gewoonlijk zoo hoog waren, dat slechts de heer deze kon dragen4). Daarnaast spreekt evenwel reeds in een van de oudste oorkonden, die in dezen een weinig licht kunnen verschaffen een duidelijke vrees voor een molen, welke aan het gezag der gemeente onttrokken wezen zou. Als namelijk in f236 de Roomsch-Koning Hendrik aan de broeders van het Hospitaal van St. Marie te Mühlhausen het recht geeft een molen op te richten bij die plaats, wordt het volk door de voorlezing van het desbetreffende charter in de kerk zoo ontsteld, dat het besluit de geestelijke heeren te voorkomen en zelf een molen bouwt op de plaats, waar die van het klooster dreigde te verrijzen 5).

Evenmin als er voor ons land een tegenhanger te vinden is van een dergelijke oorkonde, even weinig is er een voorbeeld te vinden van eene stad, in wier inwendige geschiedenis duidelijk uitkomt een consequent streven om zulk een belangrijk onderdeel der stede-

1) Landrecht v. Selwerd 1.1., blz. 622. Het zwanenvlot in Drente, om Groningen en in 't Go bisschoppelijk leen: Gron., Oorkb. II, n". 699 (1381—1383).

2) Stadszwanen in de Cameraarsrek. v. Deventer herhaaldelijk genoemd, bijv. I, blz. 140, IV, blz. 339, de eenige plaatsen, die ik zoo terloops opgeteekend heb. Chicanes over de zwanen met de omwonende machten meegedeeld door Mr. G. W. in Over. Bijdr., I, blz. 174 vlg.; Van Hattum, II, blz. 361.

3) Gothein, Schwarzwald, I, S. 101.

4) Hiervoor U. Stutz, Geschichte des kircblichen Benefizialwesens (1895), I, S. 91.

5) De oorkonde geciteerd: Revue Historique XXVI, p. 92, in de noot.

Sluiten