is toegevoegd aan uw favorieten.

Stadsbezit in grond en water gedurende de middeleeuwen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Hura et redditus" heet de post, die inkomsten uit grond- en huisbezit binnen de stad omvat. Het is geen zuivere post: de aflossing en de aankoop vindt te dikwijls plaats, dan dat men niet eer zou moeten denken aan leening en geldbelegging, aan een soort hypotheken, dan aan wezenlijken aankoop van perceelen. „Pro censu" zijn de sommen voor aankoop besteed, „de censu redempto" de ontvangen afkoopsommen.

Waar de posten verschillen van die, welke in de uitgave der rekeningen vermeld worden, heb ik ze ontdaan van kennelijk onzuivere elementen, die het beeld, op zich zelf al onzuiver, nog onzuiverder zouden maken.

Behalve de „hura et redditus" heeft de stad in de 15e eeuw nog inkomsten uit erven, waarin ze renten gehad had en die door „Achterfolgung" aan haar gekomen waren. Ze betaalde de daarop rustende renten, tot die aflosbaar waren. Wanneer zij den vrijen eigendom verworven had, verkocht zij de perceelen voor altijd of voor den levensduur van den kooper, vandaar de ongelijkheid van de post „de hereditatibus prosecutis" in de verschillende jaren. Sporadisch komt voor een post van gewonen aankoop van erven („pro hereditatibus ademptis").

We nemen hier waar een langzame stijging van de inkomsten uit grond en woningen, maar in 1495 is de daling al begonnen, die aanhoudt, totdat zij in 1525 gezakt zijn tot 385 'UI (na uitschifting van de sommen, die eigenlijk niet onder hura et redditus behooren), niet eens 1 °/0 van de toenmaals zeer hooge ontvangsten en uitgaven. Later nemen zij weer toe, maar bly ven een minieme plaats innemen in het sterk aanzwellend budget.

Hildesheim.

(Hildesheimer Stadtrechnungen des M. A. in Urkundenb. der St. Hildesh ed. K. Dübner Bd. V.).

Hier bevinden zich de inkomsten uit grond- (en huizen) eigendom in een „Sammelposten", die niet altijd nader te ontleden is, maar huur bevat van winkeltjes, tuinen (zeer weinig), molenrenten, badstoven etc.

°/o van

Anno. Census. totaal dei'

uitgaven.

1379 82tC2 f. 3 1. 2'/4 qu. 8 °/0 Hierbij is, behalve de bovenge-

1384 91 — 21.1 „ 10,7 noemde onzuiverheden, de opbrengst

1389 103 1 f. 2 1. 3 „ 9,8 ! van de hopbergen en van de hop-

1395 99 — 11. l'/8 „ ? | maat jaarl. ongeveer 5—6 <ffi.

1401 108 3 f. 21. 3'/2 „ 9,9 De rekening is tot 1425 in Mar-

1405 103 3f. — l'/j „ 9,8 ken. 1 Mark = 4 fertones=lG

1410 97 — 31. l'/j „ 10,4 lot =04 quentin.

1415 108 2 „ 11,8 In 1425 is 1 Mark = 2 <8 13 £4 3.

1420 112 — 31. — 11,3 Yoor de percentenberekening is

1425 123 2f. 21.2'/t „ 5,3 genomen het cyfer der uitgaven.