is toegevoegd aan uw favorieten.

Stadsbezit in grond en water gedurende de middeleeuwen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het Latijn luidt: sed secundum speciem, quae mutabitur in meliorem.

Men leze: . .

diesal

In den verwandelne verbeteren al.

en niet als in het Mnl. NV db..

endesal

In enen beteren verwandelen al.

I

XVIII.

lb., XXXV1I1, 37 vlg.:

Daerombe volmaectheit, soet gaet,

Es in beginne des overstes Gods;

Het Latijn luidt: Perfecta naraquam beatitudo consistit in cogn i t i o n e summi boni.

Men leze:

Es in bekinne des overstes goeds;

XIX.

Rose (uitg. Verwijs), 3607 vlgg.:

Quade Tongen, die altoes spiet

Na die minnen

Hi hadde gesien op enen dach,

Dat goede gelaet, dat mi dede

Suete Ontfaen up liovesscede,

Pies h i g e s w i g e n niet ne conste

Hier ende ginder, li i n e begonste

Te clappene utermaten sere ....

De verandering door Verwijs aangebracht 111 1 ^ ^ ^ 8

met de lezing van alle handschriften. Men late den tekst staan en neme voor reg. 3613 de lezing van lis. C, zoodat men krijg .

Suete Ontfaen up hovesscede.

Die geswigen niet ne conste,

Hier ende ginder h i doe begonste enz.

XX.

Reinaert (uitg. Martin), 6168 vlgg.:

Dat blat dat mocht noch ommeslaen

Ende dat rat van aventuren

Mocht mi noch 00c gh eb uren,