Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wettelijke gebondenheid, die vooral in het private recht gewoonlijk wordt aanvaard, is niet meer dan schijn : brengt het staatsbelang het mede, iedere rechtsband wordt verbroken. Reeds spreken de talrijke ongemotiveerde privilegia fisci tegen de beweerde privaatrechtelijke gelijkwaardigheid van staat en burger; met betrekking ook tot compensatie, verjaring, executie, schept de staat zich een eigen recht; neemt de staat een particulier bedrijf ter hand, eene bijzondere wetgeving schenkt hem, ook privaatrechtelijk, eene bevoorrechte positie; bieden zich niet voldoende arbeidskrachten in zijn dienst, geen nood: „bist du nicht willig, so' brauch ich Gewalt"; valt de schuldenlast den staat te zwaar, door conversie, tierceering, verlicht hij rechtens zijn druk. — In het publieke recht bestaat uit den aard geen recht, noch van den staat tegen den burger, noch van den burger tegen den staat. „Die Herrscherstellung des Königs in ihrer Ganzheit ist kein Recht, sondern eine Macht, welche die Quelle der Rechtsordnung und von Rechten ist" *). „Man hat die Frage aufgeworfen, ob der Staat selbst durch sein Recht gebunden, sowohl berechtigt als verpflichtet werden könne. Die Frage muss schon deshalb verneint werden, weil das Recht selbst integrierendes Bestandteil des Staates ist" f). Slechts een minder juist spraakgebruik noemt de „voornemens", welke de staat in zijne wetten — als „Handlungs direktive" — bekend maakt, rechten, welk begrip immers onvereenigbaar is met eene macht, die rechtens geen

•) Von Seydel, Das Staatsrecht des Kónigreichs Bayem, in Marquardsen's Handbuch, 3e dr., 1903, pag. ao.

t) A. Affolter, Staat und Recht, in Hirth's Annalen, 1903, pag. 174.

Sluiten