Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dicht: „Wees U zelf, zei ik tot iemand, maar hij kon niet: hij was niemand". — Wel deden oorlogen, revoluties en andere machtsuitingen staten ontstaan en te niet gaan, verplaatsten ook binnen de gemeenschap het staatsgezag meer dan eens, doch steeds bleef de handhaving van het zich aldus met doorbreking van het geldend recht opwerpend gezag, als nieuwe bron van recht, afhankelijk van de plotseling of geleidelijk gevestigde overtuiging der bevolking van zijn rechtsgeldig bestaan. Dat trouwens ook het onrechtmatig verkregen gezag rechtsgeldig kan heerschen, vindt reeds zijn analogon in het burgerlijk recht in de rechten van den bezitter te kwader trouw.

De eenige steun van het gezag is het recht. Ook als rechtshandhaver kan het gezag niet naast het recht worden geplaatst, daar immers aard en omvang der dwangmiddelen, die het recht heeten te kenmerken, niet anders zijn en kunnen zijn omschreven dan in het recht zelf. Naast het recht is een andere souverein niet denkbaar. Aanvaardt men niet de absolute heerschappij van het recht, zoo blijft ieder pogen hopeloos, de gebondenheid van den staat aan het recht, die men altijd in het burgerlijk recht heeft erkend en steeds meer in het publieke recht waarneemt, te verklaren. Een ongebonden staatsgezag kan niet door eigen wil zich zelf binden, zooals Jellinek wil doen gelooven : het zou zijn als Münnichhausen, die zich aan eigen haardos omhoogtrekt. Met Laband en anderen eene soort welwillendheid van den staat aanvaarden, die hem zoo nu en dan zich op éene lijn doet plaatsen met den burger, is eene uitvlucht, die eigen zwakheid verraadt. In eene kunstmatige splitsing der staatsmacht de oplos-

Sluiten